E voto Dordraceno - pagina 465
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XL VIII.
ZOND.
Er was een orde door God
HOOFDSTUK
Een
ingesteld.
467
I.
door het lioogere
orde, dat Hij
creatuur over het lagere creatuur heerschen zou. Alle ding zou den mensch
en
dienen,
zou
zijn
van
God
mensch, heel deze schepping van
de
God
Er zou een gestadige nederdaling van mogendheid
dienen.
ons menschelijk geslacht en een gestadige opklimming uit
in
ons geslacht van eere voor God
onzen opstand. Daarom
van
zijn
u
;
deze orde nu
verstoord door
is
gezag en
zijn
Koning maar
niet als
met wat een aardsch
gelijk het slechts
zal
En
zijn.
nu God wel
blijft
haven, maar op andere wijze
schil
God ontvangende,
zijn
als
macht hand-
zijn
Heerscher. Ver-
overkomen kan, en het
vorst
ver-
duidelijk worden. Als tegen een aardsch vorst de bevolking
hoofdstad
openbaren opstand komt, dan kan
in
wel, door
hij
politiemacht en door zijn soldaten, dien tegenstand breken, en toch mees-
van het terrein blijven
ter
macht, waarmee
dit
en
van
burgers
de
handhaaft
dat
het uitgebroken geweld en de over-
als
der
is
geweren en
uit
normale verkeer stremt
wordt,
niet
omdat
zijne
herneemt, en de koning
de bajonet op den tromp
onderdanen
om
overtuiging zich schikken naar zijn wetten.
de toestand hier. Meester van het terrein
blijft
God
der consciêntie
En
zoo
liet
kon diezelfde Nero geen hand verroeren zonder Gods
Maar
schen door geweld en overmacht
God
vrede van
zijn schepsel,
als
is
nu ook
altijd, tot zelfs
Satan, en zelfs toen een Nero zich op den troon der Cesars
lige
en
geweld niet meer behoeft
zijn loop
zijn soldaten
maar omdat
hebben,
dan
staat,
stil
niet dit is het tieren
en dan eerst zal de glans en de heerlijkheid
;
aangewend, en het rustige burgerleven
wille
maar
zijn teruggekeerd, als het
koninkrijk
gehoorzaamd
alle
angst doet vluchten, en alle verkeer
de vorst zijn heerschappij wel,
bloeien van zijn koninkrijk
van
maar
;
geweld onderdrukt wordt,
wil.
over
aanbidden, dit heer-
niet de stille heerschappij en de hei-
Koning. Als Koning heerscht God dan alleen,
als
dat Hij tot zijn eere schiep en aan zijn ordinantiên onder-
wierp tegelijk én uit overtuiging, én uit drang der liefde naar zijn wetten leeft,
om,
én zich volstandiglijk aan al
heerscht
Hem
als zijn
Koning onderwerpt. En daar-
God de Heere, ook nadat het nog
wederkomt, met onwederstandelijke mogend-
lang
de
heid
over heel zijn schepping, toch
Christus
paradijs verdween, en zoo-
niet
is
deze heerschappij door overmacht
het Koninkrijk nog niet. Dat Koninkrijk bestaat wel in de hemelen onder
Gods engelen, maar
Dat Koninkrijk tige eeren
is
niet
meer op aarde onder de kinderen der menschen.
voor deze aarde door de zonde verstoord. Voor het rus-
van den Koning
is
de opstand en het morrend verzet tegen den
machtigen Heerscher
in de plaats
dat
Koninkrijk
God op
zijn
gekomen. Het zou zich voortaan tot de hemelen bepaald, maar nooit
van
gekomen. Stond het dan ook aan ons,
aarde, eens teloor gegaan, zou nooit weder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's