E voto Dordraceno - pagina 546
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LI. HOOFDSTUK
548 teugen len
Allengs wordt het vergeven voor ons een vanzelfsheid.
uit.
We voe-
van een tweede natuur in ons. Het vergeven aan onze schulde-
iets
En
wordt ons gewoon.
naren
II.
maar ook dan
zijn
we daaraan eenmaal toegekomen, dan,
God die
doet ons hart de rijke zielservaring op, dat
eerst,
gaarne vergeeft, ons naar zijn beeld weer omschept, en ons alzoo tot ver-
bekwaamd
geven
werkingen
we met
dat
Er
heeft.
is
dan het Woord buiten
volle verzekerdheid,
als
om
vergeeft,
De
Zoo
hoog ons
uw
u de droeve waarheid
moet staan
geestelijk leven
in zijn vollen rijkdom
genade en de macht
niet verbergen, dat de
zulk een wijs en in zulk een zin den schuldenaren te vergeven,
op
zoo zeldzaam
o,
gebeds bijeen het
die
uit.
omgeving, ook onder vrome Christenen, dan kunt ge,
en nog zoo weinig wordt gevonden. Als de schare der
is,
mannen en vrouwen
geloovigen saamkomt, en er duizend
is
of er onder die duizend ook
vraag,
kunnen
geacht
waarlijk
worden
tot die
hun schuldenaren gekomen
aan
in het huis des
en het komt weer toe aan het allervolmaaktste gebed,
zijn,
de
zeer
vergeven
het hart, en Hij alleen proeft onze nieren,
oogen
sluiten
voor
het
droeve
dat
feit,
maar honderd
Het
maar
God kent
zoo.
is
toch, wie
maar ook
in
sympathie en
allerlei
steeds
van
hem den naam tegen
maar de verhouding tusschen
kleine twisten, zie
woelt
maar ontbreekt
kringen,
om
Zelfs in
uw kinderen man en vrouw,
ontbreekt nog zoo veel. Beluister
huisgezin
Achterklap
boden.
Naijver
zijn
nog
de wederzijdsche verhouding tusschen de vrouw en haar dienst-
op
gen
hun
kan
er ook onder Christenen
zoo veelszins bitterheid van taal en wrevel in den toon bestaat. Christelijk
zijn,
volkomene genade van het
te zijn.
alleen
het
God
slotte
Steekt ge toch de hand in eigen boezem, en
klimmen.
te
ge
raadpleegt helaas,
haar bede voor haar God
de hoogte van het Onze Vader, nu
waarlijk tot
op
ziel
voelt ge tevens, hoe
echter
genoten,
om
zekere wetenschap, dat
ontsluit ons de eerst toegeklemde lippen, en ten
vergeven mag," de bezwaarde
nog,
is,
de bede: „Vergeef mij mijn schulden, gelijk ik mijn schuldenaren
stort in
om
ook
zijn
het einde
ook ons te vergeven, gelooven.
Dit vervrijmoedigt ons dan tot het gebed.
gaarne
En
onder het zegel des Heiligen Geestes
den zin en den wil des Heeren,
aan
en er
ons,
dekken en steunen elkaar.
ons. Die twee
in
en
van
ambt,
bestaan, te
bij
minst
doen
te
ons
niet
zoo
sterk
als
daarom geheel? Ontwaart ge
antipathie,
benijding
zijn
onder hij
den
allerlei
goede voeden,
afspringen.
dat
in
andere
niet allerwe-
de één den ander niet zetten
een
op
den
saamkomst. Zucht
en
zijde voor te stellen,
om Zelfs
een
op
schilfer
kan?
in allerlei beroep,
ander,
lust
om
van
om iemand
vermoedens die zijn
kerkelijk gebied
gaven goe-
wat
al
wan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's