E voto Dordraceno - pagina 377
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
dan dat
alleen meent,
dat
denkt,
goed werk
weg
loon
zijn
waarop
is,
naam
En
met
al
uw
mag
zijn
vromen
om
of ge ook al die gewoonte, of
met
te
uw gebed
zeggen
niet.
,Dat bid
:
Neen,
ik
van
IJ
uw bidden
zal
uit
bij
zooverre een
zin, in
wachten, toont juist daardoor dat
dan moet uw gebed opklimmen
zijn,
drongen besef, dat ge het
van
blijk
loon
besluit
wille," toch redt dit
Jezus'
een
hij
heeft.
uw gebed
vinden,
wel vanzelf gehoor zal vinden, maar er nog
hij
gebed
zijn
379
VIII,
hij
een slot te
om
Christus'
een bidden
in
het diep in u inge-
u zelven voor uw God niet bestaan kunt, en dat
in
bidden, ook voor u zou gelden:
„Als ge het gebed ver-
uw
menigvuldigt, verberg Ik mijn aangezicht.'^ Is nu in die diepte van
schuldbesef zulk een geloofsactie, dat ge u klein en als niets en schuldig
uw God
voor
maar
gevoelt,
lossing die u door Christus
tegelijk indrinkt de heerlijke
en zalige ver-
uw gemeen-
teweeggebracht, zoodat ge, in
is
met den Middelaar, den moed en de vrijmoedigheid over u
schap
om
komen,
uw Vader
uw
al
in de
geestelijken
hemelen
en lichamelijken nood voor
uit te storten,
dan
is
aantrekt tusschen u en het Eeuwige
ge metterdaad in den Dit gebed in Jezus'
Wezen; en
nog achter Jezus
ge
het
anders dan van
niet op de liefde
van Jezus Dit
is
bed zou dan
ziele uitstort,
maar
om
schuilen, en de vrijmoedigheid mist,
Gods betrouwen, en
ligt
Maar daar
gezegd, dat de ure bidden,
komen
maar dat
zijn.
„Gij zult wel in mijn
den
Vader
De
ziel
durft dan nog
in de voorspraak en de voorbede
blijft
het niet
bij.
Immers Jezus
zou, dat zijn verlosten
zijn
nog wel in
voorspraak en voorbede voor hen
dat al wat
gij
naam
nog voor u bidden
„In dien dag zult
lief."
u,
uw
meer beding en voorwaarde voor de verhooring van hun eigen ge-
niet
ik
blijft
voorbede te verwachten.
zijn
het eerste stadium.
naam zouden
zijn
dan, ja, dan hebt
haar Hoogepriester gebonden.
als
heeft
zelf
band
naam van Jezus gebeden. naam nu kent twee stadiën.
Eerst dit stadium, dat ge wel toetreedt en wel dat
als
het metterdaad de Chris-
tus die u de ziel en de lippen voor het gebed ontsluit en die den
weer
voelt
uw God
gij
bidden,
zal,
mij niets vragen.
maar
ik
zeg u niet, dat
want de Vader
zelf heeft
Voorwaar voorwaar zeg
zelven den Vader zult bidden, in mijn naam. Hij
u ik
u dat
zal geven."
Dit blijft
is
een
in Jezus'
hooger stadium. Een stadium waarin het wel een bidden
naam, en ook de Hoogepriesterlijke voorbede voor ons
niet
ophoudt, maar waar in ons eigen gebed, ook zonder dat Jezus ons voorbidt of voor ons bidt, verhoord wordt van den Vader.
Alle
toeleiding
door
het geloof, doorloopt toch deze twee toestanden.
Eerst staan we nog van verre, en leidt de Middelaar ons tot den Vader
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's