E voto Dordraceno - pagina 402
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
4Ö4
maar ons gebedsleven
gesloten,
van
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
beide
de
volheid
gebed
ter
onder
ons,
geworteld
onze dat
staat,
omgekeerd
vrije
Gereformeerde
het
kringen,
vrije
gebed
dat
feit,
zoo vast
geen steunsel, eer besnoeiing, behoeft; terwijl
het
onder
formuliergebed
het
hier,
gebed dan de eenzijdigheid van het formulier-
brachten, vond dit alleen zijn oorzaak in het
toetse in
harmonie
uit de
Indien we dan ook in onze toelichting, meer
verrijkt.
de eenzijdigheid van het
is
moet toekomen. Alle eenzijdigheid verarmt
bezielde gebedsleven weer alleen
Het
verrijken moet.
dat ons de volle rijke schat van het warme,
gebeden,
soort
XII.
ons
zoo der verdwijning nabij
is,
dat het niet zonder moeite, slechts allengs weer kan worden opgericht.
TWAALFDE HOOFDSTUK. Opd.it "alle
in
den naam van Jezus zich zou buigen
knie dergenen, die in den hemel, en die op de
aarde, en die onder de aarde
zijn.
Filipp. 2
Over den vorm van het Gebed, of
liever
men
Daarbij
ons ten goede, dat wij dit punt letten
te
is
op
houding
de
van
10.
nog over den vorm van heel
ons bidden, ware op zichzelf een breede verhandeling te schrijven
houde
:
daarom
;
slechts kortelijk aanstippen.
ons
lichaam, op onze stem,
op onze woordenkeus, en op den duur van ons gebed.
Dat ook de houdinr/ van ons lichaam gevolg
den nauwen
van
band
bestaat. Die
spoedig te
Onze
band
bij
het gebed meerekent
tusschen
is
een
dat lichaam en onze
ziel
zoo nauw, dat de innerlijke beweging der
gelaat
het
op
verraden.
is
die
en
in
onze gebaren en
in
ziel zich al
onze houding pleegt
lach, onze tranen, de verbleeking of het rood
worden
van ons gelaat, de onwillekeurige beweging van hand en arm, en zooveel meer, toonen, dat het lichaam ook zeer zeker de roeping heeft,
van
gewaarwordingen
reeds
wederzien
innerlijk
onder
menschen,
na lange
zoo
scheiding,
bij
om
in de
leven te deelen, er uitdrukking aan
geven, en den indruk er van te versterken.
te helpen
ook
ons
Ons hindert het dan
vriendschapsbetuiging
of
bij
een
de hand ons op afgemetene wijze wordt
toegestoken, de voet zich niet versnelt, het oog niet spreekt en de handdruk slap en kort
houding
van
is.
Uit dien hoofde gaat het ook
het
lichaam
voor
onverschillig
bij
het gebed niet aan, de
te
verklaren, als ware de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's