Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 241

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 241

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. X. HOOFDSTUK IV.

maar

de werking die van

als

God

wrocht, ook nu te laten werken. wijzing van de natuurwet

mensch

zoudt, dat de

saam

wat ge

in vers 3 leest

die

in, 't zij

zij

't

Heeren uitgaat." Elke natuurkracht

des uit

's

Heeren mond van een werking

Heeren

des

van

gaan

de krachten die Hij er in

zoo vat dan Mozes deze zijne onder:

„Opdat

niet van het brood als zoodanig leeft,

woord of van de werking

En

in

om

uitgaat

En

235

verstaan

gij

maar van het

huiten dit brood, van den

die werkt,

zijner

is

mond

alzoo een uitgaan

mogendheid. Uit dien

mond

oogenblik tot oogenblik alle natuurkrachten

uit.

wie dit loochent, en die natuur met haar krachten beschouwt, als iets

op

dat

zich

zelf

Gods

buiten

werkt,

mogendheid

natuur niet minder dan een afgod. Zoo was de een

afgodische leeken,

lijke

uit zich zelve

Baiil, zoo

verbeelding van de natuurkracht.

die ook in

onzen

tijd

om, maakt van de

En

was de Astharoth wetenschappe-

alle

de natuur als iets onafhankelijks en

genereerende beschouwen,

zijn

metterdaad teruggekeerd tot

de afgoderijen der Kanaanieten. Vandaar dat Mozes dan ook terstond op

deze

onderwijzing

volgen

laat,

dat het vergeten van den Heere

bij

de

werking van de natuurkracht in het brood gelijk staat met een navolgen

van de afgoden Zie

Daarom

is

het

19 en 20.

vs.

tafelgebed

dan ook zoo dringend noodzakelijk, omdat

het aan tafel gaan ieder meeëtende persoon zich eerst te herrinneren

brj

heeft, dat

God

heid,

en

door

diezelfde

hoe

de

door

die spijs liet groeien door zijn alomtegenwoordige

mogendheid ze nu

diezelfde

mogendheid

in ons bloed

Natuuraanbidders

spijs laat zijn,

kan omzetten. Ge

mogend-

en ze alleen ziet

dan ook,

onzer dagen dit gebed almeer opgeven. Voor

hen wierd het onzin.

En mocht iemand schouwing was, dan

wanen, dat zij

dit

een bijzonder Oud-Testamentische be-

verwezen naar wat Jezus zelf van de vogelen

hij

des hemels en de leliën des velds sprak.

Wie

kleedt ze, en wie voedt de vogelen des hemels ? oprijst

voedt de leliën en wie om-

En

natuurlijk, als die vraag

komt de ornitholoog en de botanicus u met juistheid en nauwkeu-

righeid uit den schat hunner kennis aanwijzen, hoe uit het zaad der leliën

de kiem opschoot, en uit die kiem de stengel, en uit dien stengel de knop,

en uit dien knop de

lelie,

en hoe het insect haar bewerkte, en de wortel

haar sap toevoerde, en de lucht en de dauw en de zon haar hielpen vor-

men.

En

als ik

een schoon gekorven stuk hout

dat

alles

is

schoon ontleed en meesterlijk uiteengezet. Maar zie,

heb

ik toch niet

genoeg, als

men

mij zegt, dat dit kerven van het hout plaats greep door den beitel en den

hamer en de zaag en de wie de persoon ivas, die

vijl

al

en het draaiwiel, maar bedoel ik eigenlijk,

deze instrumenten aldus bezigde.

En

zoo ook

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 241

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's