E voto Dordraceno - pagina 241
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK IV.
maar
de werking die van
als
God
wrocht, ook nu te laten werken. wijzing van de natuurwet
mensch
zoudt, dat de
saam
wat ge
in vers 3 leest
die
in, 't zij
zij
't
Heeren uitgaat." Elke natuurkracht
des uit
's
Heeren mond van een werking
Heeren
des
van
gaan
de krachten die Hij er in
zoo vat dan Mozes deze zijne onder:
„Opdat
niet van het brood als zoodanig leeft,
woord of van de werking
En
in
om
uitgaat
En
235
verstaan
gij
maar van het
huiten dit brood, van den
die werkt,
zijner
is
mond
alzoo een uitgaan
mogendheid. Uit dien
mond
oogenblik tot oogenblik alle natuurkrachten
uit.
wie dit loochent, en die natuur met haar krachten beschouwt, als iets
op
dat
zich
zelf
Gods
buiten
werkt,
mogendheid
natuur niet minder dan een afgod. Zoo was de een
afgodische leeken,
lijke
uit zich zelve
Baiil, zoo
verbeelding van de natuurkracht.
die ook in
onzen
tijd
om, maakt van de
En
was de Astharoth wetenschappe-
alle
de natuur als iets onafhankelijks en
genereerende beschouwen,
zijn
metterdaad teruggekeerd tot
de afgoderijen der Kanaanieten. Vandaar dat Mozes dan ook terstond op
deze
onderwijzing
volgen
laat,
dat het vergeten van den Heere
bij
de
werking van de natuurkracht in het brood gelijk staat met een navolgen
van de afgoden Zie
Daarom
is
het
19 en 20.
vs.
tafelgebed
dan ook zoo dringend noodzakelijk, omdat
het aan tafel gaan ieder meeëtende persoon zich eerst te herrinneren
brj
heeft, dat
God
heid,
en
door
diezelfde
hoe
de
door
die spijs liet groeien door zijn alomtegenwoordige
mogendheid ze nu
diezelfde
mogendheid
in ons bloed
Natuuraanbidders
spijs laat zijn,
kan omzetten. Ge
mogend-
en ze alleen ziet
dan ook,
onzer dagen dit gebed almeer opgeven. Voor
hen wierd het onzin.
En mocht iemand schouwing was, dan
wanen, dat zij
dit
een bijzonder Oud-Testamentische be-
verwezen naar wat Jezus zelf van de vogelen
hij
des hemels en de leliën des velds sprak.
Wie
kleedt ze, en wie voedt de vogelen des hemels ? oprijst
voedt de leliën en wie om-
En
natuurlijk, als die vraag
komt de ornitholoog en de botanicus u met juistheid en nauwkeu-
righeid uit den schat hunner kennis aanwijzen, hoe uit het zaad der leliën
de kiem opschoot, en uit die kiem de stengel, en uit dien stengel de knop,
en uit dien knop de
lelie,
en hoe het insect haar bewerkte, en de wortel
haar sap toevoerde, en de lucht en de dauw en de zon haar hielpen vor-
men.
En
als ik
een schoon gekorven stuk hout
dat
alles
is
schoon ontleed en meesterlijk uiteengezet. Maar zie,
heb
ik toch niet
genoeg, als
men
mij zegt, dat dit kerven van het hout plaats greep door den beitel en den
hamer en de zaag en de wie de persoon ivas, die
vijl
al
en het draaiwiel, maar bedoel ik eigenlijk,
deze instrumenten aldus bezigde.
En
zoo ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's