E voto Dordraceno - pagina 439
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVI. HOOFDSTUK
433
II.
daarentegen die predikers, die thans weer in de oude, zuivere lijnen der en met kennis van zaken den plaatsbeUeedenden borgtocht van
vaderen
Immanuël
spreken
prediken,
naar
kennelijk
het
hart
van Jeruzalem,
troosten het volk des Heeren, en brengen vreugde en vree!
Men houde nadruk van
ons
gelegd
gewichtig stuk eenigen
dit
Eijksuniversiteiten volgt, bestrijdt den borgtocht van
de
De meer oppervlakkige door hem inspringend, het
op
de schare van predikers, die de inspiratie
Heel
hebben.
we
dat
goede,
ten
voornamelijk
is
Immanuël.
Methodistische predikers bederven dien borgtocht,
van plaatsbekleedend voor
in stede
te
stellen.
En
het vrome volk, dat nog als nawerking en late
bij
vrucht van de oude, degelijke, Gereformeerde prediking, de zuivere kloeke
van de plaatsbekleedende borgstelling kracht bleef oefenen.
belijdenis
hebben
enkele
de
volk
maar
van
prediking
vaak
beuren
vromen onder de predikers van de lippen van
uit
zonder
volstrekte
ook
borgstelling weer overgenomen,
theologiesch
haar smadelijke vernedering.
uitlegkundig weer op te
en
En
het
is
daarom, dat we ons
hielden dit hoofdstuk onzer belijdenis eenigszins breeder toe te
verplicht
lichten. In Hebr.
worden
deze
haar
Nu
vrome
dit
Vil
22 moest weer de vaste grond voor deze
:
aangewezen, en door de inspringende borgstelling
moest weer de troost in leven en
belijdenis drijven,
uit te
Gereformeerden zin
in sterven in echt
uitkomen.
Nog ons
is
één punt voegen we hier aan toe. Het betalen van Christus voor figuurlijk uitgedrukt.
geld
of
doet
het
goed.
Wie
betaalt
met
En
bloed of
zijn
Betalen
overdrachtelijk.
„de schuld kwijten."
In eigenlijken zin geschiedt betalen alleen met
met den arbeid
hier dus
is
het kwijten van schuld
genomen
nu kan evenzeer bestaan
het uitbetalen van geld, het leveren van eenig goed, enz., als in het
in
ondergaan van straf door Dit niet
we
voegen
altoos
er
lijden
en dood.
omdat op
bij,
dit
punt de voorstelling op verre na
over zijn Souverein.
van ons
tol
En
In onze
een
de
Schepper slaaf
al
zijn
waren ook
cijns
tiveede plaats,
aan
is,
en onzen
omdat
al
En
wij
God
heeft
aan onzen God
gelijk
niet
als tegen-
om
cijns
en
als zijn onder-
tol.
Hij niet enkel onze Souverein,
was Hij ook onze
zijn heer.
arbeid,
nu een souverein recht
gelijk
te vergen, zoo
danen schuldig onzen
God
Vooreerst toch was het schepsel aan
zuiver loopt.
een private verplichting schuldig, maar stond tegenover zijn
is
zijner ziel
den zin van
in
Bezitter, wien
nu een slaaf aan
de vrucht van
maar ook
we toehooren,
zijn moeite, zoo
zijn
gelijk
heer schuldig
ook zijn wij Gode
schuldig heel de toewijding van onze levenskracht en van onzen persoon. E VOTO DOKDE.
I.
Og
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's