E voto Dordraceno - pagina 509
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
:
ZOND.
XXVI. HOOFDSTUK
509
II.
aarzeling Toor den Christus verklaarden en tot de kerk wilden behooren,
maar
buitengewone positie verkeerden. Toen namelijk Paulus
die in een
aan deze godvrucbtige mannen vroeg, of ze den Heiligen Geest ontvangen hadden,
ontving
van hen het schijnbaar zonderlinge antwoord, „dat
hij
ze zelfs niet gehoord hadden, dat er een Heilige
Geest
gehoord
hadden,
dat
toetreding
waar
maar
hadden,
de
Geest was nog
Dat
kerk.
niet,
moet
nog nooit gehoord
ze
was
verkrijgen
dit de zin
verband met de
in
toont Joh. VII
zijn,
overmits Jezus nog niet verheerlijkt was"
worden: „Dit zeide
die vlak vooraf aldus verklaard
Geest ivelken ontvangen zouden zoowel in Hand.
XIX
op
van
bestaan
te
dat
anders,
:
39,
Johannes nog sterker zegt: „Want de Heilige
apostel
heilige
heel
Geest
Heilige
de
tot
de
het
Geest was." Dit zeggen
natuurlijk niet, dat ze nooit van het bestaan van den Heiligen
bedoelde
ivie
in
hij
woorden
van den Heiligen
hem gelooven." In
VI
;
beide plaatsen,
39 wordt alzoo gedoeld,
niet
den Heiligen Geest, maar op het verkrijgbaar
zijn
2 als in Joh.
:
:
van den Heiligen Geest voor degenen die Jezus' discipelen wierden, nadat
was;
verheerlijkt
hij
hebben
„We hebben
eer
niet.
„We
Het zeggen dezer twaalf mannen:
gehoord, dat er een Heilige Geest is", beduidt derhalve
zelfs niet
vernomen van een
zelfs niet
belofte, dat de Heilige
Geest
aan hen die in Christus geloofden, was toegezegd."
Daarop waarop dus
Paulus
vroeg
zij
hun nader:
„Waarin
zijt
gij
dan gedoopt?"
ten bescheid gaven: „In den doop van Johannes." Zij waren
waren
Ze
misleid.
blijkbaar niet door Johannes zelf gedoopt.
Dan
toch kon dit zoo niet zijn uitgedrukt. Neen, ze waren gedoopt door iemand
hen
die
dien
bij
Wat
gewezen.
Doop
op Johannes, als op den hoogsten leeraar had
hierachter schuilt
is
Immers de Evangelisten
niet onduidelijk.
berichten ons, dat er na Jezus' optreden zekere wedijver bij
verstaande, dat zetten
zij
met Jezus' optreden de Doop van Johannes
daarom Johannes'
arbeid, ook
zoo ontstond vanzelf de tegenstelling, dat
na zij
zijn
hier dus
heeft
Johannes-mannen,
met een valsche
die
gaan werken te gaan.
Niet
zelf wegviel,
onthoofding, voort; en
den naam van Johannes
in
doopten, terwijl Jezus' discipelen doopten in den
Men
is
met Jezus
enkele discipelen van Johannes, die weigerden
naam van den
secte te doen;
met een
Christus.
secte van
Johannes zelven niet verstaan hadden, en daarom
geheel in strijd met diens bedoeling, zijn werk als een zelfstandige open-
baring
tegenover
den
Christus
handhaafden.
Dat Johannes
zelf
niet
misschien wel eenige aanleiding tot het optreden van deze secte gegeven had,
zouden
discipelen
we
naar
niet
durven betwisten. Toen
hij
Jezus zond met de vraag: „Zijt
uit zijn kerker eenige gij
de Christus of ver-
wachten we eenen anderen?" was voorzeker het geloof in dezen Godsgetuige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's