E voto Dordraceno - pagina 555
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
werking
drieërlei
2".
scliuld af;
1".
doet:
Doop de toerekenbaarheid der
de
snijdt
om
verlangen
erf-
de Doop ons vijandig tegenover de erfzonde, die we
stelt
gemind en gekoesterd hadden
eertijds
555
VIII.
en
;
in ons het
met de nawerkingen
het sterven van elke aanraking
door
Doop
prikkelt de
3".
der erfzonde verlost te worden.
Ook de onderscheidene uitspraken van de
Doop
na
zullen
doelen,
de
gegeven
Heilige Schrift, die op den
uiteenzetting
worden
gereedelijk
verstaan.
Zoo wat we
in Tit.
UI
:
5 lezen
„Hij heeft ons zalig gemaakt naar
:
door het bad der wedergeboorte en de vernieuwing
barmhartigheid
zijne
Immers, zoo
des Heiligen Geestes."
dikwijls er
van wedergeboorte sprake
is,
moet wel onderscheiden tusschen de verborgen daad des wederbarens
in
den wortel van ons
wezen, en het besef en de uitwerking van deze
wedergeboorte in ons geloof en in de geloofsvrucht. Als hier dus van den
Doop gezegd
wordt, dat de
Doop het bad der wedergeboorte en van de
vernieuwing door den Heiligen Geest
Kome
en ten deele de Luthersche kerk
want
aangebracht,
dat ons door den
leert,
Doop de
moet aan den Doop voorafgaan; maar
deze
bedoeld, dat de heilige
om
in de
zijn
is
wel
Doop ons een Doopgenade aanbrengt, waardoor we
wedergeboorte
deze
worden
hiermee niet bedoeld wat
is
kiem de wedergeboorte in den wortel van ons wezen zou
verborgen
van
zoo
is,
wetenschap
en
besef
en bekwaamd
erlangen,
gemeenschap met het Lichaam des Heeren
vernieuwing des levens. Zonder de Doopsgenade voor ons verborgen schat
eerst door de
;
is
te rijpen in
de wedergeboorte een
Doopsgenade
valt op
dezen ver-
borgen schat het licht des geloofs, begint ze voor ons geloof in te staan, en door dat geloof in de vernieuwing door den Heiligen Geest te werken.
Evenzoo den
van
is
het
Heiligen
met Eom. VI
Doop gezegd
den Christus brengt, en wel met
4,
:
zijn
met hem begraven door den Doop de dooden opgewekt
uit
in
is
tot
Gal. III
wordt, dat
in
lijden
buiten
ons
tusschen
weten
of
de
27, Col. II
14, enz.
:
waar
ons in gemeenschap met
en opstanding. „Wij
zijn
dan
den dood, opdat gelijkerwijs Christus
de heerlijkheid des Vaders, alzoo ook wij
nieuwigheid des levens wandelen zouden."
onderscheiden
:
hij
verborgen
besef om, door
Ook
hierbij
toch moet wel
met
Christus, dies
gemeenschap
God wordt
tot stand
gebracht, en
tusschen het besef en het bewustzijn van deze gemeenschap, die eerst door het in
geloof zijn
in ons komt, en eerst krachtens dit geloof ons tot een leven
gemeenschap
in
staat
stelt.
Deze verborgen gemeenschap met
Christus nu vloeit voort uit de eeuwige Verkiezing en uit het geven door
den
Vader van zijnen aan den Zoon; en wordt
in zijn
ivezen tot stand
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's