E voto Dordraceno - pagina 294
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XII. HOOFDSTUK
288
we
„aangezicht
zien
Cor. XIII:
(1
Vader
En
26).
Dan
12).
de
want de Vader
zal,
gelijk
„zeg Ik u
zegt de Christus,
moge
overgeven, opdat Hij zijn
Niet
zullen
we gekend
zijn,"
niet,
zelf heeft
u
alles in
allen"
(1
Cor.
dat Ik tot den
lief"
„zal de Christus het Koninkrijk aan
dan
ook,
„kennen
aangezicht",
tot
u bidden
voor
Dan
bewerking, zooveel dit kan, terugkeeren.
rechtstreeksche
deze
II.
(Joh.
XVI
:
God den Vader
XV:
28).
de Priesterlijke, de Koninklijke heerschappij des
Profetische,
Heeren Heeren hangt dus aan de zonde, maar wel de bediening van deze door een Middelaar] de bediening er van door den dienst van een
drie
mensch;
men
of wil
de ambtelijke bediening.
Wat
buiten de zoude recht-
waar zonde inkomt, de zijdelingsche
streeks zonder orgaan, toegaat, heeft
bediening door den ambtelijken mensch van noode.
Evenwel
is
om, hier niet
Deze
hiermee niet bedoeld, dat de Zone Gods, ook buiten de zon-de zijn
gedachte
werk
scheiden
eigen werk zou hebben. verre van u,
ligge
van
niet tot zijn recht laten
De Zone Gods
komen.
Hem
om. Van eeuwigheid
Drieëenigheid
Heeren
hun Heere en Koning,
als
om
niet
zijn
op Golgotha, maar geheel buiten het Middelaarschap der Ver-
offerande
zoening
want hiermee zoudt ge het onder-
de goddelijke bedeeling voorbijzien en
in
de Profeet, de Priester en de Koning ook der engelen.
is
Ook de engelen eeren
de
Zoon
den
het
eeuwigheid
tot
Woord, en
in zich dragende,
en
is
als
hij
blijft
de Tweede Persoon in
zoodanig de
Wijsheid des Heeren
het die alle redelijk en bewust schepsel
door den Heiligen Geest bezielt en beheerscht.
In dus
dien
was
zin
ook voor
hij,
Adam
de Zoon, de Tweede Persoon in de Drieëenheid,
Middelaarschap om, de Drager van
En
daad.
vóór
in het Paradijs,
zijn
zijn
val en geheel buiten het
bewustzijn, zijn zielsleven en zijn
toch was dit geen ambtelijke werkzaamheid, want dit deed de
Zoon almogend,
rechtstreeks, als
God, in gemeenschap met den Vader en
den Heiligen Geest. daarentegen de zonde was ingeslopen, en de breuke voltooid, en
Toen
de rechtstreeksche gemeenschap tusschen God en zijn mensch verbroken was,
toen
voor
de
ja,
is
gevallen
de
noodzakelijkheid van den Middelaar ontstaan, niet
engelenwereld, die onherroepelijk
weg
was,
maar voor
den gevallen mensch, over wien gedachten der ontferming waren.
Toen
ontstond de noodzakelijkheid
Middelaar tus
te
Jezus te verordineeren.
ingaan
in
om
bij
dezen gevallen mensch een
doen optreden. Voor dat Middelaarschap den mensch Chris-
het drieërlei
En nu
ambt van
dien
mensch Christus Jezus
te
doen
Profeet, Priester en Koning, opdat ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's