E voto Dordraceno - pagina 368
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXIV. HOOFDSTUK IL
ZOND.
368 twee
tusschen
Vorsten,
God en
niet bedoeld als een verbond tusschen
God en
om
God, den Heere des hemels en
tusschen
w.
t.
Adam, den Vorst van het menschelijk
der aarde, en
uw
heel
uw
verbreking van het verbond voor heel
voor
ook
Hoofd
ander dat
Maar dan ook was het
u.
het
in
nieuwe
dit
met
Adams
dit
was daar-
val
geslacht en in dat geslacht
mogelijk, dat dit
uw
geslacht een
nakwam, en
dat dit nieuwe Hoofd dat verbond wel
kreeg,
die
iegelijk,
maar tusschen
u persoonlijk,
geslacht onder zijn wettig Hoofd.
Het was dus
geslacht.
Hoofd volbracht wierd ook voor u en voor een
Hoofd
nieuwe
organisch levensverband
in
kwam
te staan.
Welnu,
nieuwe Hoofd
dit
Christus aan ons geslacht gegeven. Dit
in
is
nieuwe Hoofd heeft de wet volbracht en
Werkverbond gesteld had,
met
organisch op
heeft
bij
kend.
Het
maar
Hij
te
te
staan,
lag,
om
toege-
Werkverbond
over,
het Werkverbond dat onzer-
handhaven en waar
zijnerzijds toch te
het zoo noodzakelijk
om
had
dit recht
niet tegen het
te
maken.
niet alleen op de lijdelijke,
toch
heeft
niet
maar
alleen onze schuld gedragen en onze straf
maar ook de wet Gods voor ons en
geboet,
als
komt
op de daadwerkelijke gehoorzaamheid van den Middelaar nadruk te
leggen.
om
is
hem
maar omdat God de
gelden,
Werkverbond hem
Genadeverbond toch staat
Daarom ook
declaratie van dit
de
gebroken
zijds
in betrekking
God kon doen
tegenover
een redmiddel door God besteld,
is
voor het
ook het loon
eeuwige leven recht. Eecht, niet alsof eenig schepsel ooit
recht
Heere
is
verworven, en een iegelijk die
is
Verbondshoofd
nieuwe
dit
dat
eigen
een
Het eeuwige leven
toegekomen.
wettig
God
conditien, die
alle
vervuld, en dientengevolge
als
in onze plaats volbracht; niet
persoon met ons persoonlijk de rollen
om
te
wisselen,
maar om
Vorst en Hoofd van ons geslacht in den wortel van onzer aller leven volbrengen, wat alleen in dien wortel kon worden volbracht.
Doch daarmee
is
dan
ook
de zaak der verdienste en van het loon,
evenals de zaak van schuld en straf
uit,
voor zoover deze uit het Werk-
verbond voortvloeiden. Er kan nu krachtens het Werkverbond geen schuld
meer bestaan, want Christus nam geleden, want Christus heeft
meer krachtens
ze op zich.
ze geboet.
Er kan geen straf meer
Maar dan ook kan
het Werkverbond verricht,
want „het
is
er
geen iverk
volbracht".
kan geen verdienste meer aan Christus' verdienste toegevoegd, want verdienste geëischt,
is
want
volkomen. in
hem
En dus kan is
het
er ook
volkomen
Er zijn
geen loon meer naar recht
loon
voor
hem
en de zijnen
toegekend.
En
het
eenige
wat nu
overblijft
is,
dat er waarborg geboden worde,
dat Christus zoo machtig op de zijnen inwerke, dat
zij
metterdaad krach-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's