E voto Dordraceno - pagina 282
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIV&. HOOFDSTUK
284 zonde gestorven
meer
zijn,
hoe zullen
nog
wij
in dezelfde
noemen, naarEph. 11:10: „Want
te
daarin
wandelen
plaatst
men
men
is
Op
zouden."
niet
maaksel, geschapen
voorbereid heeft, opdat wij
komt men dus
die wijs
om
leven?" en
wij zijn Zijn
God
Christus Jezus tot goede werken, die
in
I.
Dan
niet verder.
Schriftuurplaats tegenover Schriftuurplaats, en van beide zijden
er op uit,
om
de plaatsen uit de Schrift,
op den klank
die,
af,
zijn
eigen gevoelen bevestigen, zoo letterlijk mogelijk te doen opvatten en
om
daarentegen die andere plaatsen,
op den klank
die,
meer
bestrijden, zoo uit te legg:en, dat deze strijd niet
ook
deze
met Schriftuurplaatsen
strijd
komen,
weg
anderen
een
gegevens der openbaring
En dan hangt almacht
Gods,
almacht
volgt),
geven;
hier
d.
den weg wijzen.
aan de
alles
juiste
aan het juiste inzicht (dat
i.
wat
die ons hier
zijn,
God
dat alleen
zoodat
willekeur te mijden en verder te
en zich afvragen, wat de algemeene
inslaan,
eigenlijk
Hij
iets
dan
en ten deele
alleszins geoorloofd,
om
toch moet men,
noodzakelijk,
zelfs
gevoelen
zijn
af,
bestaat. Al is
iets
van de
van deze
uit belijdenis
scheppen en aan
niet schept,
belijdenis
het aanzijn kan
geen eigen aanzijn of bestand kan
hebben. Dit nu op de zonde toegepast, toont derhalve, dat afgesneden moet elke
voorstelling, alsof de zonde ee7i iets ware, dat bestand in zich zelve
bezat.
buiten
Waar dus de zonde in God om ontstaan zou
onze natuur
maar wordt
bij,
ze veranderd
verliest,
als
zijn,
om
een nieuw element of bestanddeel
in zijn negatief.
De
zeggen, wat eerst positief
te
kracht die er
is, blijft
dezelfde,
van richting. Dit maakt dan wel dat de zondaar vele gaven
en er dus geen harmonieën meer door
hem kunnen worden
kracht, die toon en klank voortbrengt,
weg. Die tong, die ge ontvingt
maar
blijft
in
u,
en
om God
voortgebracht,
daarom nog
te loven,
dienst doen
blijft
is
volstrekt niet
wordt u niet uitgesne-
om stem
te geven.
Alleen
maar, met diezelfde stem wordt nu de heerlijkheid Gods gelasterd. Er dus in de zonde geen eigen kracht, waardoor de zonde zelve, in
u zou
optreedt,
is
tot stand brengen,
machteloos,
Doch
hier volgt
kan
genade
en
speculeert
dan ook
uit,
al
is
met een
uit zichzelve volko-
goddelijk kapitaal.
dat de zonde uit het wezen des menschen
den zondaar komt, nog
zijn,
en
om
ligt
als uit zich-
de kracht, waarmee de zonde
De zonde
uitsluitend
iets,
wegbreken; den mensch mensch moet laten; en dat
tot
aanwezig
maar
kracht die God in u wrocht.
men niet
bij
en dat alom de tonen van zijn hart valsch in plaats van zuiver klinken,
maar de
den,
dat
iets
alleen de bestaanswijze van onze natuur veran-
wat men het duidelijkst uitdrukt, door
derd. Iets
was, sloeg door de zonde
maar
onze natuur woelen gaat, komt er niet
alle
als
stukken van een mensch in
het zoo uit te drukken, nog alle ledematen in
Gods
hem hem
gevonden worden, waaruit het reine lichaam weer moet worden opgebouwd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's