Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 132

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 132

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

126

ZOND.

HOOFDSTUK

"VII.

en die geheel andere vraag, of ik o p

II.

oogenblik dit vermogen gebruik,

dit

het werken Iaat en doe uitkomen.

En

nu moet ge ook

dit

alzoo toepassen op het geloof.

uw

In verreweg de meeste oogenblikken van

uw

na

Ge

bekeering.

leven gelooft ge niet, ook

gelooft niet als ge slaapt,

ge gelooft niet als ge

gedachteloos neerzit, ge gelooft niet als ge verstrooid

ge

als

Maar

zondigt.

ge gelooft niet

zijt,

ge op die manier nu uren lang soms

terwijl

uw

geloof niet werken laat, en het was alsof ge geen geloof bezat, bezit een

God

kind van

dat

toch wel terdege.

dit onderwijl

maar uw oog

ge

uw

blik opslaat,

oog het gezicht, ook dan

als

de oogleden u zijn toegevallen.

Ge

geen oog

krijgt

nu ook

ge niet telkens een geloofsoog,

krijgt

maar uw

ken

laat,

het

vermogen

als

om

geloofsoog

of zonder

doodsch ineenzonkt,

uw

in

zit

kunnen

te

gelooven,

ziel

ook

van uzelven af

uw

ge

als

in,

is

er en in

zoo

en in dat geloofsoog

wanneer

dan,

ge geheel

weten wegzonkt

te

En

geloofsblik wer-

in

den

slaap.

Onderscheid dus die beide zoo scherp mogelijk. Iets heel anders

gAoohvermoyen van

dat verborgen in zoo

gelooven,

uw

ge

uw

en

ziel huist,

iets

is

het

anders de daad

geloof gebruikt, en het geloofsvermogen in u

werkt.

Waar nu niet

van

natuur

de

van het geloof

werking

de

zijn:

zijn:

onze Catechismus in Vraag 21 van handelt,

het

niet en

is

in zijn volkomenheid,

kan

maar moet

geloof als ingeprent, ingewrocht en ingeplant

vermogen.

Dat

dit

Daar toch

vraag. niet

anders kan, volgt uit het verband met de voorafgaande

niet

bezit,

leest ge,

dat aan een iegenlijk die het oprecht geloof

zaligheid rechtstreeks ontzegd wordt.

de

en

ten

werking

de

zoo

plooide,

bedoeld moet

andere

volgt zijn

genade

„Uit het

Er

is

is

hieruit,

dat

kinderen Gods sterven, zonder dat

bij

hen

de

vraag:

tot zulk een

Wat

is

volkomenheid ont-

een oprecht geloof?

van zulk een „echt en waar geloof" dat hij

zijt

zij

gij

in elk

weder-

kind of volwassene, gevonden wordt. zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit

Gods gave!" alzoo sprake niet van

gave die een goddelooze van der

volwassen

van het geloof zich

geboren persoon,

u,

vele

daar er nu, ten

^^ioohwerking gekomen

eerste tal van jonge kinderen sterven, die tot geen zijn,

En

wedergeboorte;

en

ome

zijn

geloofswerkzaamheid, maar van een

God ontvangt

;

ontvangt in het oogenblik

wel op zulk een wijs ontvangt, dat ze

de zaligheid onverwijld in gemeenschap

hem met

zet.

„Geloof" beduidt hier dus de hebbelijkheid of het vermogen

om

te ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 132

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's