E voto Dordraceno - pagina 475
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
475
XI.
aan wie ze deze heilige Bondszegelen bedient, metterdaad uitverkoren
De
zijn.
kerk kan deze Bondszegelen dus nooit bedienen, dan in de wetenschap
haar
dat
oordeel
en
kan,
falen
gehouden
ze dus
dat
geboden
naardien
mag
dan een onderstelling van uitverkiezing kan ze het
Verder
is.
moet
nooit brengen, al
die onderstelling altoos en in elk geval
deze
alleen
en moet worden aanwezig te
aanwezig
zijn
waarop het Sacrament
is,
mag worden
of deze onderstelling geacht
heeft ze te beantwoorden niet naar eigen
zijn,
maar naar den
inzicht of opmerking,
grond
de
onderstelling
Maar de vraag
uitgereikt.
een regel te
is
maar haar van God
volgen, die haar niet tot volstrekte zekerheid brengt,
haar van God gesteld
regel, die
Volgt ze dien regel naar haar beste weten en vermogen, dan gaat ze
is.
vrij
verzaakt ze dien, dan staat ze schuldig; niet omdat ze zich vergist
uit;
maar overmits
heeft,
ze
den
God haar
van
gestelden regel niet heeft
Een geheele menigte van personen
toegepast.
en
heeft de Besnijdenis ont-
gansche
een
vangen,
zonder
Pascha
ontvangen, zonder in de uitverkiezing gefundeerd
om
gegeven,
Pascha
tot het
niet
schuldig.
van acht dagen oud,
jongske
elk
was
besneden
te
zijn,
Ouden Verbonds
de kerk des
dit
stelt
uitverkoren
toe te laten,
schare heeft het staan.
Toch
Haar was de
regel
te
besnijden, en al wat
te
met de vrouwen. Zoolang
zij
kerk zich naar dien regel gedroeg, was ze dus onschuldig, en ze zou
als
gestaan
schuldig
de
omdat
had
geweigerd
Ook dus zijn
aan
ze
nu
met
aan
Toch was ook
zijn uitverkiezing.
den Doop geheel op één
lijn
te
staan,
de Schriftuurlijke en daarom Gereformeerde regeling
snijdt
wilkeur en eigen inzicht der personen
Sacramenten
wat nu
dat kind de Besnijdenis
of
dit
de Doop, een „zegel van de gerechtigheid des geloofs."
als
hier
alle
zoo
ze twijfelde
zonder
Besnijdenis,
evengoed
hebben,
aan
de
af.
God
regeert. Hij stelt
Hij geeft ons die Sacramenten als zegelen.
in.
kerk
blijft
om
is,
die
En
al
van God gestelde ordinantie ge-
trouwelijk en eerbiediglijk toe te passen.
Deze ordinantie nu gaf God ten deze tweeërlei
op
valt
geestelijk
Ten
merken.
te
maar ook
schuilt,
in
in
zijn
Verbondsregeling, waarbij
dat
eerste
het Verbond Gods niet
het zichtbare uitkomt, en dus ook een
uitwendige gestalte aanneemt. Dit heeft ten gevolge dat het Verbond in het
uitwendige
het
geestelijk
of inwendig
Verbond
niet
Beide kringen verschillen. Die van het uitwendig Verbond en
wijder;
en
geestelijk
uitwendig
en
Verbond
overeenstemming heeft,
die
van
zijn,
leven.
hiermede, zijn
is
veel grooter
kan het voorkomen dat er leden van het inwendig
zelfs
Verbond
volkomen dekt.
die,
om wat
En
overmits
eveneens
oorzaak ook,
nu
een
het
tijdelijk
Sacrament,
verborgen
buiten het
geheel in
geestelijke
genade
uitwendigen vorm stipt moet onderscheiden worden,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's