Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 341

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 341

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XII. HOOFDSTUK IX. Mits, en daar hangt

nu

335

aan, dat het middellid van „zijner zalving

alles

deelachtig" er niet uit worde gelaten.

midden

„Belijdenis" moet bediening van het profetenambt in ons

men

Niet dat

Het

er niets tegen heeft.

naam wel onder

wil

Maar dat

zetten.

verlichting^ en krachtens die verlichting

men

op zulk een wijze, dat

om

er

er wel

mee eens

er kennisse

drang

mag

lijden

zij

wil zijn.

zijn

die kennisse

bij

;

zijn.

Er

van den Heere

tot belijden

en moet, en het lijden

om

er vanzelf inzit en uit voortvloeit.

zijn belijdenis

Uit dit belijden als profeet volgt dan vanzelf het offeren als priesters.

Te

zingen

en

door

hebt,

uwe

het

al

mee

er

te

naderen

alles

en

bij

tot de verloochening.

hem die u kocht. En wie zoo als profeet

is

gereinigd

voor u niet

u zelven en

alles,

een offerande op het altaar des Heeren

als

wij,

Priester

pronken, maar een ambt dat ge te bedienen

dag en eiken nacht, in

eiken

komen

zijn is

als priesters

taal der hoogheid die niet nut.

is

om

een eeretitel

roemen: „Triomf,

te

van de zonden",

te leggen. Priester

Tot de zelfofferande. Tot de toewijding

aan

een

zulk

stelt,

door te toonen, dat

den

strijd

laatste zijn,

opneemt door

vijand

ook

als

koning heerschen.

niet voor de zonde uit

hij

Satan niet overheeren

en voorts als priester zich zelf ten offerande

belijdt,

dan

zal

laat,

en in

reeds op aarde,

den weg gaat en zich door

maar kloek en moedig tegen

zijn

doodvijanden

En

als

dan eens de

zijn

Middelaar overwint.

Middelaar

zijn

Nu

geheel zal vernietigd en ontwapend

volgt ook in dit koningschap op de strijdende Davidsgestalte de rustige

van Salomo en zult ge heerschen over

gestalte

Nog

drieërlei

alle

creatuur.

voegen we hieraan toe

Vooreerst, dat dit zalven van

Gods volk

tot zijn profetische, priesterlijke

koninklijke roeping door den Heiligen Geest geschiedt, en dat zonder

en

deze zalving geen oogenblik eenige waarachtige bediening van die ambten voor den Christen mogelijk zijn

Zij

mystieke unie tusschen u

u

als lid

dit

uw

en Christus

drievoudig

en leugen, en

Ten

is.

Ze vloeien voor u uitsluitend

tweede,

ligt

als

uw

Middelaar.

ambt

als

rank en Christus

realiteit.

van

den Wijnstok, tusschen

dat in dit

uw

Adam

om God

uw

ambt door de

drievoudig

er in

te

hart.

zalving van den

in het paradijs verloor.

kennen

Adam

en te loven als ^/•o/eei;

Hem

in de

Door de zonde wierd de profeet

Adam

harte lief te hebben als priester; en 3"

zaligheid te heerschen als koning.

is

Anders slechts holle nabootsing, schijn

het Farizeïsme aan de deur van

was in het paradijs gesteld, 1

Hem

als

Hoofd des mystieken lichaams bestaat,

Middelaar eenvoudig terugkeert wat

2

uit

van zijn ambt onafscheidelijk. En alleen zoo er waarachtiglijk een

met

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 341

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's