E voto Dordraceno - pagina 71
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XX. HOOFDSTUK
ZOND.
71
I.
haar afbeeldingen, eu door haar sensualistische bespreking van het
door
„bloed Christi", aan het uitwendig Lijdensdrama een machtige plaats in
de
voorstelling
tot
zelfs
de
van
ons
toenmaals
levend geslacht
verzekeren. Elke
te
bijzonderheid uit het lijden van Christus had zeer
kleinste
hooge beteekenis gekregen, was door- en ingedacht, en opgenomen in den der heilige dingen, waarmee het publiek
kring
wierd.
Maar
uitwerking en de inwendige toepassing van het heil was de toen-
de
in
gemeenzaam
Wel was
malige kerk sober geweest.
er veel
van de uitwendige toepassing
verhandeld, en waren tot in het minutieuse toe de uitwendige kerkplichten
geregeld
en
aan
de schare alle middel ingeprent, waardoor ze aan den
heilschat deel kon erlangen
;
maar dat
alles raakte
nog het imvendige werk,
het eigenlijke werk van den Heiligen Geest niet.
Dat
inwendige
werk
Maar meest
wezen.
stonden
er
mingen;
in
in
zag
men
wel niet voorbij. Er wierd wel op ge-
zwevend en dwepend mystieken
zin.
En
zoo ont-
de toenmalige kerk twee zeer duidelijke herkenbare stroo-
strooming
een
eenerzijds
van
hen,
die vrede
namen met een
werktuiglijk en uitwendig zaligmakenden heilschat door biecht, communie,
bedevaart en
aflaat,
„Navolginge
Christi"
en anderzijds een strooming, u uit
wel
bekend,
die,
maar
achten, toch doordrong naar veel inniger opvatting;
dan ook
opvatting
opzettelijk lust
Onze
alle
van
Hervormers,
hun
al
ouder
te
ver-
gaan, en
tot
ouder
uit zulk een
omgeving her-
omgekeerd
te velde
wapenen keerden tot de
zijde
geopend
tegen deze werktuiglijke strooming, zich tegen biecht,
mis en
mystieke strooming zich sterk aange-
gevoelden. Door deze mystieke predikers was het goud bewaard.
hun
handen
van
en
hun lippen hadden de Hervormers
schatten ontvangen. Bij hen was nog warmte en
was ook hun
ziel
dat
dit
juist
men
Kempis'
die inniger
liet
hun de oogen voor Romes gebrekkige
gewette
scherp
terwijl ze
trokken
Uit
bij
klaarheid en doorzichtigheid teloor
waren, natuurlijk bijna uitsluitend
aflaat;
il
had aan het zwevend en onhelder mystieke.
komstig, trokken, nadat
en
Thomas
zonder dit werktuigelijke
hier
op
ontdooid.
Maar
dit
bij
geestelijke
den gloed dier warmte
bracht dan ook het euvel met zich,
punt het dogma nog minder scherp ontwikkeld was, en
meer dreef op bevinding en gewaarwording, dan dat men
sterk gevoelde door helder inzicht. twijfeld reeds zeer veel gedaan,
om
En nu hebbeu
zich
onze Hervormers onge-
deze leemte aan te vullen, en terstond
op het dogma van den Heiligen Geest meer bijzonder hun aandacht gericht
;
maar
toch, de
eeuwen geweest
;
en
ontwikkehng van een dogma zij
trekken, waarlangs eerst Zelfs
nu,
drie
is
altoos een
werk van
konden nog niet anders doen, dan de eerste lijnen
na hen deze ontwikkeling
zich zou voortbewegen.
eeuwen na hun verscheiden, ontbreekt
er
aan de zuivere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's