E voto Dordraceno - pagina 393
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK X.
ZOND.
op zekere hoogte eenige analogie. Onze Vader
goden aanroept
uw naam worde
zult; uit
Gods naam
men
zeggen, dat hier zekere analogie
is
met den
het vierde gebod over den Sabbat
men
met Gods konink-
of ook het vijfde gebod over het eeren der ouders met het „uw wil
rijk,
En
geschiede" in rapport poogt te brengen.
om
bede
met het gebod: „Gij
om
de
om
zijn,
schuld ver-
op één
lijn
het: „Gij zult niet stelen;" het „Leid ons niet in verzoeking"
met
zet
dooden;" de bede
zult niet
het
is
het leven te onderhouden,
de meeste zonden zonden van oneerlijkheid
wijl
giffenis,
even gewrongen
om
het dagelijksch brood, die strekt
vergelijkt
in
niet onder beeldvorm eeren
in haar eerste drie geboden. Maar onwaar en gekunsteld
aanvang der Wet wordt men, zoo
ge geen andere
sluit in, dat
geheiligd sluit het ijdellijk gebruik van
en in zooverre kan
;
uw God
in de hemelen, dat ge
;
395
verband brengt met het: „Gij zult niet echtbreken;" de lastering van
naam
iemands
begeeren van ons hart. Zoo
aan zulke kunstjes
van
is
alles alles te
maken en Gods
Eer integendeel, indien ge alzoo
niets.
„Verlos ons
:
ingaan tegen het valsch
eindelijk de doxologie laat
den Booze;" en
van
zonde slaan laat op de bede
als duivelsche
bij
volk heeft
elke bede aan
één bepaald gebod gingt denken, zoudt ge den zin en de beteekenis van
uw gebed
Vader, en daarmee
Onze
het
behoeft ge niet enkel van de zonde van
De
den.
verleiding loert op onzen
maar
lust,
niet enkel in
En Satan
in allerlei vorm.
volstrekt niet alleen
weg
waar ons
geheel vervalschen. oneerlijkheid,
Vergiffenis
maar van
alle zou-
den vorm van wel-
begint ons te ziften als de tarwe,
nijd op onzen naaste bezielt,
maar op
allerlei
paden en wegen.
Meer
daarom
er
is
Vader,
zeggen voor het gevoelen van hen, die het Onze
te
duiden,
trinitarisch
d.
w.
z.
die er zekeren regel in vinden, die
beantwoordt aan de belijdenis van Vader, Zoon en Heiligen Geest. Daartoe zij
opgemerkt,
eerst
drie
zake
des
dat
beden
beden
er zes
voor
menschen.
de
zake
En nu
is
eerste drietal de eerste bede zich
tweede dat
evenzoo
in
het
tweede
bestuur,
en
het
niet
meer
drietal,
de
tweede
het Verlossingswerk^ en de derde
op de heiligmaking en
daarna
Gods,
drie beden voor de
ontkennen,
te
dat
het
in
richt op de sfeer des Vaders, de
die des Zoons, en de derde op die des Heiligen Geestes.
op
Gods voorzienig
wezig,
die in twee reeksen uiteenloopen
zijn,
kon
De
ziet.
zelfs niet
om
de
om
bede
om
het
brood meer op
vergeving van zonde meer op
niet te vallen in verzoeking,
trinitarische grondtrek is
ontbreken, omdat
En
bij
meer
dus metterdaad aan-
het verschijnen van Gods
volk voor den Drieëenige, de verhouding van den bidder tot zijn God, zich
wel moet schikken naar volk
dit
gebed
op
de
zijn
Drievuldig bestaan.
En
Jezus, die aan zijn
lippen legde, kon, krachtens de hoogste aandrift
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's