Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 543

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 543

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. LI. HOOFDSTUK dat

natuur

onze

natuur

onze

uit

Gods

werk van

uit ons nooit

aan

genade

van

maar integendeel

opkomt,

indruischt,

545

II.

ons

zou

zijn

zelven

iets

ons

in

tegen

dat

opgeiiomen maar

als

een

hart openbaar

eigen

wordt.

De zaak is dus volkomen duidelijk en helder. Van nature zijt gij geneigd om uw vijand, uw schuldenaar niet te minnen, maar te haten, en hem zijn schuld niet te vergeven, maar te houden. Thans echter ontdekt ge in uw hart een andere stemming des geestes. Die haat, die nijd, die wrevel, die tegenzin tegen uw schuldenaar is uit uw hart verdwenen, en in plaats daarvan, ontwaart ge in uw binnenste een zachter zin, een genegenheid te hemwaarts, een zucht en verlangen,

hem

houden en toe

zijn schuld niet te

den en

te vergeven.

ting tegen

En

zulks wel,

zijn persoon, als

want

maar

rekenen,

te

dit

dacht ge: ,Hij

komt

er

bij,

al

zulk vergeven

moed, verheft zich van gedachte,

trots,

den duivel.

Dan

hem

zou maken,"

zwelt het hart van hoog-

en prikkelt eigen zelfbehagen door de booze

dat wraak en nijd eigenlijk beneden de eere van ons karakter

laatdunkend en vergevend op

kend,

de lieden die is

God

dat ;

Op

neerzien.

niet kennen.

Een vergeven

bij

vergaven

die wijs

duizenden onder

uit zelfzucht

en

trots.

— En

niet bedoeld, een vergeven uit onaandoenlijkheid, uit onverschillig-

heid, uit lauwheid

mij

hem

heidenen, en vergeven thans nog duizenden

de

ook

aan

uit

minach-

en dat we deswege van uit de hoogte onzer zelfverheffing vergoelij-

zijn,

ook

is

niet uit

is niet wijzer," „hij is niet toe-

rekenbaar," „hij staat te laag dan dat ik mij boos tegen

want

om

kwijt te schel-

van zin en hart, dat ge

nu aantrekken

;

laat hij

bij

doen wat

u zelven denkt

hij

wil

;

:

„Wat zou

ik

ik stoor er mij niet

mij glijdt dat alles langs de koude kleeren af."

Want

wel

is er

een

overgevoeligheid en prikkelbaarheid, die zich kinderachtig dwaas aanstelt,

maar

er is ook een onaandoenlijkheid, die uit niets anders

aan karakter en eerbesef voortkomt, en beide

zijn

ook

uit

gemis

even zondig. Jezus was

het minst niet onaandoenlijk. Hij gevoelde diep en

in

dan

fijn

en teeder, en

een kind van God wordt door de invloeden van den Heiligen Geest

niet onverschillig gemaakt,

maar

juist in zijn gevoel verteederd en verfijnd.

Als hier dus van „vergeving aan onze schuldenaren" sprake

is,

doelt deze

betuiging op werkelijke schuld, waarin een ander tegenover ons staat, dan is

hier sprake van wezenlijke beleediging, van een

hoon en kwaad ons aan-

gedaan, waartegen ons hart van nature in opstand kwam, waarbij we ge-

neigd waren te haten en naar wraak te dorsten, en waarvan we nu toch

van achteren ontwaren, dat het ons in

onze

nieren

prikkelt,

niet tot nijd aanzet, dat het ons niet

dat het ons niet bitter stemt noch verlokt tot

booze woorden, maar dat het, hoe diep we het ook gevoelden, toch buiten B YOTO DORDB. IV.

35

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 543

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's