E voto Dordraceno - pagina 220
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
220
ZOND. XXII. HOOFDSTUK IV.
Wat nu
onze
zwevende
zeer
ziel in
dit afzonderlijk
trekken
geopenbaard,
bestaan aangaat,
welk
haar
bij
niet,
tip
van
woord
den
meest
wonder
een
helder
kruiswoord tot den bekeerden moordenaar:
Paradijs zijn
!"
overkwam,
man, onmiddellijk na
^
met het aangrijpend
het
is
Heden
w
Ac^
waarin
Abraham
vader
tot
den rijken
dood zegt: „Nu wordt Lazarus cér^roos^, en
zijn
met beroep op het woord
uit het
gij
braambosch: „Ik ben de God van Abra-
ham, Izaak en Jacob", waaruit de Heere de slotsom
maar der levenden."
der dooden,
en met Christus te zijn", en aan die van Corinthe uit het
eenige juist
lichaam
uit
te
Schriftuurplaats,
iconen, en
die
trekt:
„God
geen
is
Gelijk licht spreidt Paulus' verkla-
ring aan de kerk van Fillippi: „Ik heb begeerte
om
met mij
zult gij
smarte." Hetzelfde geldt van Jezus' uitspraak tegen de Sadduceën,
lijdt
God
er een
Zoo met Jezus' schildering van wat den rijken man en
armen Lazarus
den
lof des
dan spreidt een beeldspreukig
Zoo
licht.
maar de
maal wordt
zal staan. Slechts een enkel
sluier voor ons opgelicht, en
Over het
en ze wil dat óók
het graf, niet de bevrediging van veel weetgierigheid,
Heeren op den voorgrond
ons niet dan ia
zal zijn.
lot
algemeen mint de Schrift de grafaandoenlijkheden
is
:
met zekere
otitbonden te viordea
„Ik heb meer behagen, in te iconen."
En
voorzichtigheid te bezigen
is,
is
waar het heet: „En
ik
den Heere
bij
XIV:
de meest aangehaalde uit Openb.
om
1-3,
hoorde een stem uit den hemel, die tot mij zeide
:
de
Schrijf: Zalig zijnde
dooden, die in den Heere sterven, vayi nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat ze rusten
mogen van hunnen
Hier toch hangt
alles
arbeid, en
aan de beteekenis der woorden ^van nu aa?j", die
dan gemeenlijk worden opgevat, ding
en
Hiertegen
hunne werken volgen met hen."
hemelvaart, nu
zijn
als lag hierin:
„Nu, na Christus' opstan-
de dooden zalig terstond na hun sterven."
bestaat echter reeds de ernstige bedenking, dat de geloovigen
onder het Oude Verbond dan volgens de Roomsche voorstelling eeuwenlang in een tusschenstaat zouden
zijn
opgehouden. Maar wat
nu aan" komen voor
de woorden „?'««
na den engelenzang van het laatste
in het gezicht over
gericht.
Dientengevolge
alles afdoet,
Babylons ligt
val,
het voor
de hand, dat „van nu aan" op dat tijdstip terugslaat en volstrekt niet op
opstanding
Jezus'
tusschenbedrijf
wordt
te
bepaling
in
en
hemelvaart.
het
hemelsche
Het komt voor
drama
als
dat aan Johannes op Patmos
aanschouwen gegeven. En voor zoover men iets
een ingeschakeld
uit zulk
tijds-
op wil maken, dient er dus nauwkeurig op gelet, in welk
verband zulk een tijdsbepaling voorkomt. Wil men derhalve ook jubeltoon in Openbaring
XIV: 13
afleiden, zoo bestaat hier,
bezwaar
een
tegen;
mits
iets
uit
dezen
omtrent den toestand na den dood
naar de analogie des geloofs, ongetwijfeld geen
men dan
den klemtoon maar niet late vaUen op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's