E voto Dordraceno - pagina 117
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VI. HOOFDSTUK
Er
dan een Middelaar; ge bekent dan nu den Verlosser gevonden
is
hebben
te
ge belijdt eerbiediglijk dat deze Middelaar en Verlosser
en
;
onze Heere Jezus Christus
Het
is.
Maar zeg dan nu
wel.
is
Waarop deze uw kennisse
weet.
dit
111
III.
Van waar
rust.
ook, hoe ge
die zekerheid
u
toekomt.
Waaruit weet
„
omdat mijne en
dit zoo ervoer
ziel
min
veel
gij dat ? vraagt de
omdat
nog,
het
Evangelie
heilig
eerstelijk in het
Middelaar
deze
Patriarchen
andere
en wel
;
en
Vraag
1 9.
En
op
Met,
uit dat
wat naar mijn
juist past bij
maar wel
paradijs geopenbaard
ééne:
dit
„Ik weet dit
Evanyelie, hetwelk
heeft, en
God
namaals door de
zelf
heilige
laten verkondigen, en door de offeranden en
Profeten
ceremoniën
in
in dit schoone leerboek:
ook niet omdat de kerk het mij leerde
;
uitrekening een Middelaar zijn moest; uit
Catechismus
nu antwoordt het kind Gods
vraag
deze
der wet laten voorheelden; en ten laatste door zijn
eeniggeboren Zoon vervuld."
op deze vraag wordt dus afgesneden, en het ééne
antwoord
Drieërlei
goede en richtige antwoord gesteld.
worden
Afgewezen
de
mystieke gevoelsdrijvers, die
als
men hun van
Jezus spreekt, eigenlijk achten dat ze heel de Schrift wel missen kunnen dorre
die
bevangene
letters
in
Schrift; en
achten, als ze zoo roemen durven:
bood.
maar een wiegelende
is,
ons
voor
vastigheid
men
versta
golf,
mijn hart."
en dat de vaste grondslag der
Woord van God
alleen in het
Integendeel, geestelijke ervaring
apostel
ik in
ligt.
Niet, en hierin
ons wel, alsof geestelijke ervaring niets voor onze zekerheid
God de Heere onder ons Paulus
die
noemen nog
mag wat
ervaring
een der machtigste stutten, die
Maar
ervaring
in
Eom.
al
V
:
noemt de 3
heilige
met het woord
de gevoelswiegelaars bevinding gelieven te
munt van
niet voor
volstrekt
Geestelijke
is
zielsbewustzijn zet.
geestelijke
„bevinding"; daarom
ven.
Mijn Jezus, dien draag
„o.
dezulken nu houdt Gods kind hier staande, dat het gevoel
Tegenover geen grond
die het veel sterker bewijs
gelijk
merk worden uitgege-
ook wel „gevoelige aandoening" in zich,
sluit
maar
slechts als een onderdeel der zaak, en volstrekt niet als het eenige,
zelfs
niet
de hoofdzaak.
als
Er
zijn
kinderen Gods, die jaren lang zeer
diepe geestelijke ervaring van het heil Christi smaakten, zonder ook
één
enkel
het
eeuwige
op
uit
men te
oogenblik
er
is,
gaan zien
was,
en
het
het
Wezen gekomen
om
dan
tot
wegkwijnende te
zijn.
En
in
juist
gevoelige
omdat men
liefde
er
in is
licht
toe,
om
voor
nu zoo
deze „gevoelige aandoening" op de spits te drijven, zoo
maar
komt
een „gevoelige aandoening des Geestes"
wat niets dan een prikkeling van eigen gevoelszenuwen ter
afkeering
van
dit zeer bedenkelijk gevaar,
dat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's