E voto Dordraceno - pagina 458
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVI. HOOFDSTUK V.
452
van een
belijdenis
plaatselijke hellevaart haar oorsprong dankt
thans dus nog alleen de Heilige Schrift te ondervragen, of
zij
en hebben
;
metterdaad
eenigerlei wijze zulk gevoelen van een plaatselijke indaling in de hel
op
of haar voorburg steunt.
En dan
veroorloven
we
ons hierbij
opmerking dat de Middelaar Vleesch geworden
wat
al
al
aanstonds deze alles afdoende
voor ons doet, doen moet als het
hij
Woord.
Niet van den Zone Gods, niet van den Tweeden Persoon in de Drieëenheid
dus sprake. Wie toch zou ooit willen ontkennen, dat de Tweede
hier
is
Persoon
in
woordig
was,
Drieëenheid
de
evenals de Eerste en de Derde, rt?omtegen-
geen plek of plaats
zoodat
tegenwoordigheid kon
zijn
Tweede Persoon
sluiten? Zoo ook, wie zou willen betwisten dat de
Drieëenheid
eeuwiglijk
almachtigheid als
hebbende ook
„Bedde
uitroept:
ik
en
dood
zonde,
hiervan,
en
hel,
en
mij in de hel, zie Gij
zijt
dit dient stipt in
CXXXIX
Psalm
hetgeen
daar", en zou ook daar
om hem
door zijn goddelijken glans de nacht een licht
Doch
goddelijke
zijn
dus in de
ik mij
nog kennisse van den Zone Gods, zeker dan
Tweeden Persoon
den
met
duivel
Denk
en triomfeert?
in die hel
we ook van
belijden
over
zegepraalt
uit-
in de
zijn.
het oog gehouden, hiervan
de nederdaling ter helle geen oogenblik sprake. Sprake
en eeniglijk van hetgeen deze Zone Gods
is
Middelaar,
als
is
bij
hier uitsluitend als
Immanuel,
in zijn vleeschwording heeft gedaan.
Gelijk
nu na
zijn
hemelvaart niet de Zone Gods in
zijn
Godheid, maai
de Middelaar in de glorie zijner kruisverdienste het heiligdom daarboven
maar
bedient,
juist
daarom dan ook
mensch voor ons
als
en lichaam in den hemel schittert, zoo ook moet dus
ziel
daling
ter
helle
omdat
hij
worden, hoe de
gevraagd
Niet de Zone Gods, die als
God
Immanuel
bidt, bij
hierbij verkeerde.
zich niet van plaats naar plaats
altoos en overal tegenwoordig
is,
maar
die
en naar
de neder-
Zone Gods,
kan begeven,
om
onzentwil
vleesch geworden, staande in onze plaats, onze menschelijke natuur dragende.
Het
is
met
als
saam
;
dus ook niet genoeg dat zijn
menschelijke
ziel
men
zich den
vereeuigd; want
Zone Gods ziel
hierbij
denkt
en lichaam hooren
en eerst dan zou alzoo een plaatselijk nederdalen ter helle tot
zijn recht
kunnen komen, zoo ware aan onze natuur, naar
ziel
te toonen, dat de Zone Gods, als Middelaar, in en lichaam beide in de diepte der helle ware ingedaald. )
Dit echter snijdt de Heilige Schrift ten eenen male af; daar ze uitdrukkelijk leert,
door
'j
den
dat er scheiding tusschen dood.
ziel
en lichaam
Hij zou in het Paradijs zijn
Dü Roomschen spreken van een nederdaling met
liet
;
bij
Immanuel
intrad
natuurlijk niet als Twee-
„wezon
zijner ziel."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's