Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 360

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 360

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XIII. HOOFDSTUK

354

Wezen zou

scheppen

en

moet zoo

zijn,

Wij

beslist mogelijk tegenstaan.

nu eenmaal

is

III.

een wezen, dat er niet

:

is,

zijn als

geschapen,

wezen doen

ontstaan.

Staat

nu

dit

eenmaal

terdege

en

vast,

men

ziet

die klove diep

en

onmetelijk tusschen den Schepper en alle creatuur gapen, dan volgt hieruit

dat

terstond,

naam van

alle

dat van het schepsel ten opzichte

kind,

van den Eeuwige gebezigd wordt, slechts op de betrekking en niet op het wezen

doelt.

Gelijk vader Cats het, op het voetspoor der Heilige Schrift, zoo schoon

heeft

wat

uitgewerkt,

heel de creatuurlijke schepping één afspiegeling van

is

Eeuwige Wezen door de

in het

Personen

drie

in volzalig liefdeleven

doorleefd wordt.

En Vader

zoo

nu

en

den

ook

van de betrekking tusschen den

is

er

afspiegeling

Zoon,

en

zoo dikwijls er zich iets van deze verborgene

betrekking afspiegelt, hoe zwak ook, vindt ge den

en

is

Als

in

Adam

geschapen

naar den heelde Gods, heet

is

„Ben

:

waar

ik een vader,

de zoude deze teedere betrekking stoort, en geen de bezoedelde

ziel

opklimt, zijn er

om

gedachten van ontferming, en

zelfs

Vader

gebezigd

de Schepper van dat kind vader.

en straks vraagt de Heere als

naam van kind

nog inniger

die

in

mijn eere?"

En

Ahha Vader meer

den Heere onzen God toch nog

bij

die oorspronkelijke betrekking te herstellen

maken, en komt Hij

te

kind van God

hij is

„de

in het Evangelie als

de hemelen is" zich onzer erbarmen, en ons weer roepen

tot zijn kindschap.

Dit kindschap nu

aanduiding

is

daarvan,

afspiegeling in tweeërlei zin.

dat

we onzen oorsprong

God hebben, en dan heeten de

engelen,

Maar

redelijke

alle

kinderen Gods, en

blijft

in

maar

uit

en zedelijke creaturen, ook

dat in zekeren zin ook de zondaar.

ten tweede, en dit gaat veel dieper, doelt dit kindschap daarop,

dat het Gode belieft in zijn schepsel beeld

Vooreerst als algemeene

niet uit ons zelf

scheppen

te

in bewuste ontmoeting

krachtens

2.

;

met

l".

gelijkheidstrekken

vamijn

eigen

deze geestelijke overeenstemming

creatuur te komen; 3. alzoo een weder-

zijn

zijdsch liefdeleven op te wekken; 4". en als vrucht van dit teedere liefde-

leven voor Zich zelven eere en aanbidditig te gewinnen en

wondere wijze

Dit laatste lag gegrond in

maar brak

toen

de

ze

creatuur op

dus

weer

tot

menschen schepping naar den Beelde Gods,

's

mensch

zonde

in

zondaren in dien dieperen zin Zullen

zijn

te zaligen.

dit

dit

kindschap weer worden ingezet.

viel.

En vandaar

is

het, dat de

kindschap Gods geheel missen.

kindschap komen, dan moeten ze

En

hiervoor

nu

in

dit

bezigt de Heilige Schrift

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 360

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's