E voto Dordraceno - pagina 243
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
237
ZOND. X. HOOFDSTUK IV. Hij
„Als
omhoog
der zee
maar
verheft" (Ps.
God
„de
CVII:
zelf breekt de cederen,
stem
Heeren
den
over
op de groote wateren
is
en houwt er vlammen vuurs
watervloed
Koning
als
zit
XXIX.) „God," zegt
(Ps.
in eeuwigheid ook
op de aarde
de
op
Door
aarde.
wateren
stijf
geblaas
zijn
geeft
God de
vorst,
wijzen
is
zijn
sneeuw
er piasregen
zoodat de breede
worden. Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid.
Hij verstrooit de wolk zijns lichts. Die wendt zich door zijn
tot de
en tot den piasregen des regens, en dan
!
met
Elihu, „dondert
stem zeer wonderlijk en Hij doet groote dingen. Hij zegt
Wees
Een
uit.
de donder en de Heere doet door dien donder de
is
werpen." Ja de Heere
hinden jongen
doet Hij den storm
29). Niet de electriciteit,
(vs.
der eere zelf dondert, Hij zelf
De Heere des
Dan „weer
25).
de golven der zee zwijgen"
dat
stilstaan,
doet Hij een stormwind opkomen die de golven
zoo
spreekt,
raad,
ommegangen naar
dat ze doen al wat Hij ze gebiedt, op het vlakke der
wereld, op de aarde, hetzij dat Hij die tot een roede of tot weldadigheid
beschikt
heeft"
(Job
XXX VH;
11
uitgelaten, dat ze zeggen
:
Heere
haren kost
is
het, „die de raaf
XXXIX
(Job
:
3).
v.v.)
Zie hier zijn we.
Dat zon en maan
(Job XXXVHI
geeft, als
haar jongen
;
tot
heur vasten loop vervolgen
een verbond aan haar gesteld heeft (Jeremia o,
XXXT
:
35).
En
En van
al
getrouwheid wilt
is,
35). Zoo
omdat God blijft alles,
zij alle
91.)
deze bestendigheid nu ligt de grond alleen hierin, „dat o.
dat
ge,
CXIX:
Hij de
God schreien"
Heere, roept de Psalmist, naar uwe verordeningen staan, want
zijn uiv knechten (Ps.
Hem
„De bliksem worden door
God, er bij
is
van geslachte
tot geslachte" Ps.
den Heere geen verandering
is
CXIX:
uwe
90), of
noch schaduwe van
omkeering."
Zoo en zoo alleen verstaat ge het dan ook, dat de Heere na den zondvloed het als een belofte
stelt,
dat „zomer en winter" voortaan niet zullen
ophouden.
En en
ons
en
orde in
resultaat
vaste
de
is
derhalve,
dat er zeer zeker vast bestand, vaste
wet heerscht in de natuur, in de wereld van het denken
zedelijke
wereld, kortom in gansch de schepping Gods,
maar
niet alsof deze vaste orde op zich zelf bestond.
Neen, deze orde was, wil
en
is
en zal steeds niets
welbehagen. Die orde
oogenblik vast en gelijk
blijft.
is
En
vast
het
omdat Gods is
dan uiting van Gods
zijn
wil
alleen door
van oogenblik
dige kracht, dat deze vaste orde van oogenbük tot oogenblik, zoo als
heden, werkt.
tot
Gods alomtegenwoor-
morgen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's