E voto Dordraceno - pagina 220
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK
214
om
gedachte aan God verre te stellen, en zoo ver
de
komen
af te
daar dat
want van nature
;
in
uw
God
er haat tegen
is
van menschen het
tal
Heeren Heeren
des
I.
kan van God
hij
Van-
in zijn hart.
kunnen, zoo ge den
zelfs niet lijden
naam
spreken tot hen in laat vloeien. Overmits ze
nu echter toch vaak behoefte hebben, om de instandhouding der gansche Schepping boos
zeer
tuk
te
spreken dan van de Fortuin.
hun verstand
op
vromen
drukken, verzinnen ze daar andere woorden voor.
uit zijn
zijn,
schijn bewaart,
Wie minder
noemen het de Natuur. En wie nog zekeren
went zich aan
om
van de Voorzienig-
te spreken
Let wel, niet van de Voorzienigheid Gorfs; neen maar van
heid.
nemende. Een kracht des Heeren
zeggen
Calvijn
men
van in
om
het
Wezen. En
zijn
is,
al
God moet
en zoo ook met god-
noemen van Gods Naam
ijdel
Voor-
godvruchtigen zin desnoods
kan dat „de Natuur" en God hetzelfde bedoeling,
zalige
in stede
dat
zeggen,
„c?e
Voorzienigheid in de plaats van
zienigheid" zonder meer. Alzoo de
men nu met
Die
boos, dan wel
de „Voorzienigheid" zou kunnen spreken, zoo
toch
is
te mijden,
met
van
Calvijn tevens
staande te houden, dat dit hoogst zelden een godvruchtig bedoelen heeft,
maar meest een goddeloos zeggen zien eveneens
In
de
Heilige
:
ten brandoffer voorzien",
Nog
de Voorzienigheid geldt.
komt
Schrift
en Abrahams zeggen tot
voor,
lam
van het woord
zijn is
kent het:
iets
jongen: „De Heere zal zich zelven een
hier éénig steunpunt.
Wat
is
Voorzien?
dit
Ten
tweeërlei beteekenis in onze taal.
heeft
vooruitTA^n. Zoo b. v. in
gesproken
voorziende,
woord dan ook niet één enkel maal
dit
eens sta daarom de vraag:
„Voorzien"
en alzoo te mijden. Iets wat welbe-
is,
andere beteekent het
:
Hand.
Il
:
31
:
eerste betee-
„Zoo heeft Hij,
dit
de opstanding van Christus." Maar ook ten
van
datgene wat
men voorzag
dat noodig zou zijn, teweeg-
brengen. Zoo bv. als Paulus in Phil. II: 23 schrijft: „Als ik in al mijn
zaken zal voorzien hebben." Deze beide beteekenissen hangen echter alzoo
saam, noodig
En
dat de laatste de eerste onderstelt. Alleen zoo ik vooruit zie wat is,
zoo
kan
ik in
sluit
het noodige voorzien.
dan
van God den Heere gebezigd, deze term der
ook,
Voorzienigheid deze twee in
gebrek en nooddruft van
dezen
in
ten eerste dat
ontstaan
alleen, zal,
maar
God de Heere
vooruit
vooruit gezienen nood voorziet.
vooruitweten die
:
zijn schepsel
ziet,
Het
is
alle behoefte,
en ten andere dat Hij
dus geen ledig of
ijdel
zulk een vooruit kennisdragen van allen nood
dat tevens de daad volge
om
alles
teweeg
te
brengen
wat door dien nood vereischt wordt.
Nu
wordt
echter
bij
den Heere onzen God
dit
Voorzienig bezig zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's