E voto Dordraceno - pagina 231
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIII. HOOFDSTUK u,
233
I.
en alzoo de leugen in u tot een macht in nog geheel anderen zin doet
worden.
Nu
toch kunt
uw
door zulk een actie,
gij,
leugenachtige voor-
doen overspringen, en alzoo tot een vonk doen
stelling in duizend harten
worden, waardoor straks een groote brand uitslaat. Zoo kunt ge tegen de
waarheid en voor de leugen met
al
de macht van het woord gaan ageeren.
Zoodoende zult ge niet enkel meer een
in Satans actieven dienst overgaan, en als een zijner trawanten het
maar
duisternis helpen uitbreiden; gelijk Jezus het
der
rijk
drager van de leugen zijn
lijdelijk
tijdgenooten zeide: „Gij
uws vaders doen,
Doch
die in de waarheid niet is staande gebleven."
natuurlijk
gelang er sprake
is
deze
kan
actie
nu van tweeërlei aard
Iemand kan een
vijand en tegenstander van
rfe
En omgekeerd kan iemand
en toch uiterst waarheidslevend.
zijn,
naar
al
zijn,
van de waarheid in de sake Gods en van de waarheid
in de zake des menschen.
Waarheid
zijner
den vader den duivel en wilt de begeerte
uit
zijt
van enkele
voor de Waarheid Gods door het vuur loopen, en het toch in zijn dagelijkschen
omgang vaak met de waarheid heeft
men
nauw nemen. Niet
de waarheid Gods en
liefde voor
uit
niet al te
het
vrome bedrog te hulp geroepen. Dit verstaat
het
onderscheid
oog
verliest.
Er
haar te verdedigen
men nu
niet,
een waarheid, die betrekking heeft op de algemeene
is
gelden, die heel de orde des levens beheerschen, en
alzoo ons gansche menschelijk geslacht als zoodanig aangaan. Dit
het terrein van wat
men
menschen
des
in
hij
dezen
uit
waarheid
de
van zichzelven sprak: zin,
is
„/A;
die uitgedrukt ligt in
des menschen, en het
Gebod
naam
den
anderer
de waarheid
des Heeren, en het
Naam
is
tegen
des Heeren ingaan, dien
Naam
terrein
naam
pleit.
zin,
Zoowel op het eene als op het andere ter-
God geboden
bewustzijn
wel zal handhaven,
van waarheid
des Heeren, maar door den
De
middel,
om
de leugen terug te dringen
wereld van onze gedachte, de inhoud van
ons bewustzijn, moet in ons woord, in onze taal uitgaan, over
is
moet voor de waarheid en tegen de leugen getuigd
en de waarheid te sterken.
zelf
is
kind
voor het erf der waarheid in laatstgemelden
is
rein der waarheid toch
worden, als het van
alle
uitgevallen; en waarop Jezus doelde,
nog een geheel ander
dit bestaat er
dat gedekt wordt, niet door den
dat het negende
gezegd wordt, dat
gebruiken.
tijdelijk
Maar behalve
als
hen de waarheid." Het
haar dat we zondigen, zoo we tegen den
aanranden of
nu vormt
gemeenlijk de waarheid Gods noemt, en het
op die waarheid, dat we het oog hebben,
toen
men
zoo
deze beide terreinen van de waarheid Uit het
tusschen
God
dingen die voor
om
zelden zelfs
te is
telijke traagheid, die slag
erlangen.
om
alzoo
macht
Het zeggen dat de waarheid
zich
dan ook niets dan een machtspreuk der geesop slag door de historie van ongelijk overtuigd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's