Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 317

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 317

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XXIII. HOOFDSTUK IV.

317

zeggen, dat er aanklacht was, dat er op die aanklacht een oordeel volgde,

en dat de uitspraak van

komt

schaar, en

Deze keur van.

zit

als

met een

er

met

het begrip van rechtvaardig in en

vrijspraak en

Het grondbegrip van rechtvaardig

heerlijke erfenisse uit.

mij kan opeischen en over mij kan beschikken

2". dat

hem moet geven. Over God bestaat God

over

maar

te

er

om

geen recht;

beschikken heeft.

in recht;

die recht op mij heeft,

is,

van mij verlangt, en

maar

heilig,

zit niet in

;

er onafscheidelijk

is

en recht onderstelt drie dingen: 1. dat er een

hij

vrijspraak

schuldige in de vier-

in

hebbende bepaalt wat

maar

dit oordeel niet is veroordeeling,

en belooning. De persoon die hier spreekt gaat

deze op mij recht

dat ik dit gevorderde

3".

de eenvoudige reden, dat niemand

Wel kan

God

er recht tegenorer

ontstaan,

zich bindt

alleen op tweeërlei wijs. Vooreerst daardoor, dat Hij

aan

zijn

eigen verordening, en dus het recht zou schenden, zoo Hij in strijd

met

zijn eigen

ordonnantiën oordeel sprak. In dien zin

En

vaardige Rechter.

ten tweede in zooverre

God

hond dat Hij met den mensch aangaat en de beloften hond

geeft.

Maar

In dien zin

in volstrekten zin, als door een

bestaat

gelegd,

God geen

er voor

recht

alleen

Hij

Maar onder een Over

Hem

bond

door

blijft

recht staat

God

niet.

Hij

kan dus geen oordeel gaan. En

is

is

aan

Hem

op-

de bron van het

waakt over het recht.

God

tot niets

gehouden.

waar Hij zich

in rechten

als

zelfs

die Hij in dit ver-

Hem

macht boven

recht.

recht-

doen.

te

Hij bepaalt het recht. Hij geeft het recht. Hij

recht.

en

God gehouden om

is

God de

is

zich bindt door het ver-

het stellen van zijn recht en het geven van zijn beloften,

Hij zelf de eenig bevoegde

om

is

over dit recht uitspraak te doen.

Bestond er nu enkel een rechtstreeks goddelijke bepaling van wat recht is

volstrekten

in

dan

zin,

hebben, die van door

God

kon rechtvaardig ook maar ééne beteekenis

alzoo

bevonden

te

zijn,

dat men aan zijn recht

In

zijn

naam

had voldaan.

Maar God

dit is niet zoo.

stelde ook op aarde overheden in.

ook op aarde een betrekkelijk recht. deze overheden, in

naam

En

verordenen deze

over dit betrekkelijk recht zitten

des Heeren, zelven als rechters.

Hierdoor ontstond een beteekenis van rec/iiraarrfï^ in betrekkelijken

zin.

Vooreerst in zooverre die rechters rechtvaardig genoemd worden, die stipt

naar recht vonnis staan, en ten andere in zoover die burgers voor recht-

vaardig

gelden,

die

niet

openlijk

tegen

dit

uitwendig recht in verzet

komen.

En

gelijk er niet alleen een

beschreven recht

is

dat de Overheid geeft,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 317

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's