E voto Dordraceno - pagina 100
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. V. HOOFDSTUK
94
Nu
genen persoon, maar
of
één geheel
als
iets
gemeenschappelijlis van ons geslacht
Aparte menschelijke zonde
is.
moederzonde
de
uit
de zaak zoo, dat de zonde niet iets particuliers van
staat intusschen
dezen
III.
Adam
van
moederzonde vast en
en
is
er niet. Alle zonde
met een levenden
zit
maar
ligt in
enkele
ons geslacht als zoodanig.
maar
mensch,
afzonderlijke
vormt dus één
er door gevoed. Alle zonde is en
is
organisch geheel, en dit organisch geheel der zonde
De
één mensch,
zit niet in
schuldige
is
komt
vezel aan die
dus niet de ééne
God
de schuldige tegenover
is
onze
menschelijke natuur als zoodanig, ons geslacht als een geheel, en die van
den
mensch voorzooverre deze met
enkelen
De
staan.
schuld
dus in onze menschelijke natuur. Ons geslacht
ligt
En daarom moet dan
de overtreder.
dit geheel in levend contact is
ook in onze menschelijke natuur, door
één die voor dit geslacht kon opkomen, de schuld worden geboet en de straf gedragen. Zoo alleen verkrijgt de gerechtigheid Gods haar eisch.
worden
Met een
De van
engel ware hier dus niets uit te richten.
engelen
aan
schuld
's
menschen schuld.
mede-engelen voor eeuwig onze
niet
hebben
Ze
natuur.
ander
een
En
vielen.
Ze
En
ook daarvan afgezien
baar
is.
ontbreekt,
wij,
Heel
bij,
dat zulk een overgang volstrekt ondenknooit.
ontbreken
mensch en van engel
de gemeenschap van schuld, en kan er
dit denkbeeld, alsof er bij
beide.
En
reeds
onlichamelijke
De het
geesten
straffe feit,
zijn,
Ze
Gods Woord
dus ook geen sprake van gemeenschap in overneming van de
dus weggeworpen.
zijn.
menschen, afge-
heeft, zoo leert
alzoo de overgang in de natuur van
moet ook
menschen,
en een engel heeft God de Heere een
Engel wordt een mensch
En waar nu
dan
hun natuur
is
hoezeer ook pantheïstische sentimentaliteit
van een verengelen van menschen gebazeld ons toch, en daar blijve het
staande gebleven toen hun
zijn
principieel van ons,
zijn
mensch
een
scherpe grenslijn getrokken.
Zij
wezens
andere
zijn
leven.
Tusschen
scheiden.
bleven hebben niet de minste gemeenschap
staande
die
„engelen" redding ware
onzer zonde
is
een straffe van
te
straffe zijn.
vinden moet
ziel
en lichaam
dat de engelen geen lichaam bezitten, maar
maakt,
dat
zij
ook
uit
dien
hoofde, des
menschen straf nooit dragen konden.
Vanwege de gerechtigheid Gods
is
en
blijft
het derhalve, dat overmits
schuld in onze natuur en ons geslacht rust, ook onze natuur en ons
de
geslacht
moet boeten en
dan
niet
aan
deze
die boete
straf lijden, en dus de vraag of eenig
wezen
al
en die straf zou kunnen overnemen, allereerst hangt
andere, of zulk een wezen zelf onze natuur bezit, behoort tot
ons geslacht, en in die natuur voor dat geslacht kan opkomen.
Zoo neen, dan kan
hij
ook geen verlossend middelaar wezen. Zoo wel,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's