E voto Dordraceno - pagina 136
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
130
VIL HOOFDSTUK
ZOND.
zoolang
het
geloofsoog
iemands
in
II.
niet
ziel
kunt
is,
gij
hem
ook de
d.
al
heerlijkheden Gods niet toonen.
Voorwerp van deze kennisse
God ons
in
maar
hlijmare des heils,
van
kennisse
men
de
is
Wet
Woord geopenbaard
zijn
en het Evangelie,
heeft.
Dus
i.
de eerste plaats zelfs de rechte, doorzichtige
in
Heeren heiligheden en eigen diepe verdorvenheid, zoodat
's
men
daarin een inzicht krijgt, zoo klaar en zoo helder, als zag
omkomen
voor zijn eigen oogen levend
ook
natuurlijk
buiten
wat
volstrekt niet enkel de
een
geleerde
van
kennisse
maar
les,
den eeuwigen dood. Maar dan
in
Genadeverbond, niet
het
een
inzicht
ook
nog
als
zich
een van
als
hoe waarachtig het heil in
Christus bloeit.
Vandaar
men
dat
veelszins
wel
onderscheidt tusschen de
kennisse en de toestemming van het geloof, die toch in den grond slechts
één
Het
zijn.
hemelsche
toch onmogelijk dat iemand
is
Wet
kennisse
twijfelen, of ze wel
firmament
aanschouwen,
prachtig
en schoon.
Maar hiermee
is
Evangelie
waar waren. Als
Ge kunt
er onmiddellijk bijvallen.
is
en
zonder
M.
toepast.
er geloof in de ziel
onmiddellijk
w.
het
het
werkt
moet de
is,
te
ziel
stemmen dat het
te
dit,
wilskracht,
maar
in
de
dat het met wisse zekertvil,
en ook aan het
leent het een hemelsch
fcewvermogen,
inwerking
Dit nu noemt onze Catechismus
effect.
toe
ook door den
van zekerheid en kracht, niet maar bestaande natuurlijke
klare,
dan nog
het geloof niet voleind. Behalve dat het helder kent
a.
mis- evenals aan
om
zou,
het fonkelend starrenheir niet aan het
en ontwijfelbaar toestemt, doet het ook nog heid
met deze ingewrochte,
doorzien
:
vermogen
een verhooging van de
in
van een bovennatuurlijk
„een zeker of ontwijfelbaar ver-
trouwen."
De
door den Heiligen Geest ingeplante kennisse doet u de vurige
zien
en
toont
Wet
én
in
voor u
:
u
dat
het
Lam
Lam
Gods, en doet u zeggen: Daar
innerlijke
Gij in dat vuur van die
waarachtigheid.
Wet en
is
Maar nu
gij in het bloed
is
Wet
én in die de vraag
van dat
Lam
Niet gissend, niet radend, niet hopend. Geloof is nooit een hopen. Gelooven is
zeker
van
iets
zijn,
en daarom een personeel verzekerd
zelven, dat gij in het bundelke der levenden besloten
zijn
voor u
zijt.
Zoo toch staat er: „een zeker vertrouwen dat niet alleen aan anderen,
maar ook aan mij vergeving heid van God geschonken zij,
der zonde, eeuwige gerechtigheid en zahguit loutere
genade, alleen
om
de verdienste
Christi wUle."
Bedoelt
dit nu,
een buitengewone openbaring dat
gij
gered zijt? In het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's