Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 360

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 360

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

360

XXIV. HOOFDSTUK

ZOND.

I.

deze Zondagsafdeeling genoegzaam toegelicht, dan

van

komen we nu op

de quaestie zelve.

Deze raakt een probleem

het

uiterst gewichtig,

om

namelijk

maar tevens

zeer moeilijk probleem;

eenerzijds de almacht van

Gods werking

in

den mensch, en toch anderzijds de verantwoordelijkheid van den mensch haar recht

zelf tot

men

Stelt

punt

Aan den eenen kant

elkander.

gebod ditie

oplegt, hij

middel

bedingen

zijn

stelt,

De mensch

moet.

ben of verloren

hij

weet ook: wil

Zonder meer

is

straf

zondaar wierd, weet dus:

tijdelijke

straf en bereikt

Hier

hem dan

Middelaar

Wet Gods

Dan

hij

in,

doet

hij

God

omdat

die

is,

neemt en

den

in

tijd

Nu

:

is

de straf

„uit een

hij,

vrouw

en dulden kon

lijden

volbrengt.

Op

i^oor

mij die eeuwige

die wijs

kom

ik

dan van

eeuwige straf af en ontstaat de mogelijkheid van zaligheid.

Maar, zoo oordeelt

Rome

eeuwige

zaligheid

in

is

niet noodig voor

af; staat

dus niet aan mijn

nu, deze plaatsbekleeding

de tijdelijke straf; deze toch loopt in den

den weg; en zoo

is

tijd

er

dan ook geen oorzaak,

ook deze op den Middelaar te leggen. Alzoo die straf eigen rekening. Die boet ik dit

eeuwig over die

hij

Door dien Middelaar wordt dan

teweeg gebracht, dat een ander buiten mij en

straf op zich

eindige en beperkte

op intensieve wijze in één oogenblik

is,

des tijds een eeuwige straf dragen kon. dit

door mij volbracht.

zeggen kan

die,

geboren is" en ons Hoofd wierd en zelf onnoozel onze plaats, en omdat

en

ook nog bovendien recht

straf,

dus geen uitweg.

de

;

minder dan een eeuwigheid dragen,

straf niet in

dus nooit het punt dat

treedt

en eeuwige straf boeten

Immers de

hierop echter geen raad.

laat

die overtrad en

behalve vrijdom van

ik

;

vrede te vinden, dit alles

moet de

ik

of,

mensch kan een eeuwige

in

tegenover geeft, zijn

om

die

op eeuwige zaligheid hebben, dan moet de

uit.

zelfs

Wet

en den mensch aanzegt, op wat con-

den anderen kant de mensch,

ik

die

naast of

los

staat dan God, die zijn

uit dit stand-

de overtreding van zijn gebod weer zal kunnen uitdelgen

volbrengen

en

men van

eeuwige zaligheid en heerlijkheid genieten kan, en ook door wat hij

aan

en

dan staan God en mensch

bewijs,

zijn

doen komen.

te

zich op zedelijk standpunt en voert

zelf.

En merkt men dan

blijft

al

om

dan voor mijn

spoedig, dat ook

toch niet gaat, want dat verreweg de meesten aan deze boetedoenin-

gen

(stel al

sterven ting

raad.

ze

konden waarlijk de straf boeten) niet aan

zonder dat deze boetedoening voor hun

{reatus

De

niet

culpci)

eindbeslissing

heeft plaats

komt

eerst

gehad

;

willen, en

weg-

tijdelijke schuldverplich-

welnu, ook dan weet

met den jongsten

dag.

men

Er verloopt

dus

tusschen het stervensuur der meesten en den dag des oordeels nog

een

periode

van

vele

eeuwen.

Waarom

zouden deze afgestorven

zielen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 360

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's