E voto Dordraceno - pagina 199
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK pere waarheid ten grondslag dier niet
zijn
en in
doen
mensch
over den
ligt.
mag wat
Deze namelijk, dat de menscli ook met wil,
hij
maar dat ook dat
God
bezit, inzoover
201
III.
dier rechten tegen-
die rechten voor het dier in zijn aard
natuur gegrond heeft.
zijn
DERDE HOOFDSTUK. Het land ook zal want het land
den:
gen en bijwoners
bij
niet voor altoos verkocht woris
Mij
mijn dewijl
gij
vreemdelin-
zijt.
Lev. 25
Op
wel een vrome phrase zou
ters",
ons
zijn.
Men
vergist zich toch ten zeerste, zoo
waant, dat de formule: „God alleen
geen
recht
waar;
niet
23.
het standpunt der Heilige Schrift kan er van onbeperkt en volstrekt
eigendomsrecht geen sprake
men
:
regel
wat
iets
schonk
zijn,
Eigenaar, wij zijn rentmees-
is
maar
die voor de uitoefening
noch bate afwierp.
Dit
is
van
in het minste
we willen aantoonen én voor wat aangaat het ge-
bruik dat ieder van het goed
mag maken,
én voor ie regeling die van de
Overheid uitgaat.
Wat nu aan
den
het eerste punt aangaat, beseft ge dit het sterkst, zoo ge denkt slaaf
en
aan het
lastdier.
Want
wel
is
in
onze levenskringen
geheel het verschijnsel der slavernij, formeel althans, zoo volstrekt uitge-
bannen,
ge
dat wij ons nauwlijks meer kunnen voorstellen hoe een mensch
het eigendom van een ander mensch kon zijn; maar hiermee neemt
ooit
het
feit niet
weg, dat tot voor weinige eeuwen de slavernij,
lijfeigen-
schap en soortgelijke verhoudingen, over heel de wereld bestonden, en dat thans en dat wel in meer dan één werelddeel de slavernij, onder
nog
vorm, alle
Dan
altoos
stand houdt. Voor wie nu met
als
allerlei
Eigenaar van
creatuur rekent, staat het terstond vast, dat slavernij een
kwaad is.
toch zou ik nooit anders dan als rentmeester „een mensch" kunnen
bezitten,
en zou mijn bezit van dien „mensch" nooit mogen indruischen
tegen de verhouding die tusschen dien mensch en bestaat.
En
overmits
nu deze verhouding
eischt,
van den Eigenaar geschapen mensch zedelijk
God
God
verantwoordelijk,
mensch
is
God
als zijn
Eigenaar
dat de naar het beeld
vrij zijn en rechtstreeks
aan
het ondenkbaar en ongerijmd, dat ooit de ééne
bezitsrecht over den anderen uitoefene.
Gaat daarentegen het be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's