E voto Dordraceno - pagina 38
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
ZOND. XIX. HOOFDSTUK
38
en Aholiab gebouwd wierd, en
en
kleur
versiering
II.
verhouding en soort van stof en afmeting
alle
bepaald was, tot de
stipt
lintjes
en
strikjes
to3,
waarmee de gordijnen wierden opgenomen; en niemand daar verschijnen mocht dan
en
diezelfde
tabernakel
dien
in
God
het gewaad, door
in
houden met hetgeen
te
al
verordend,
om
zich uitsluitend bezig
God en Koning hem
als taak
had opgelegd
deze afmetingen en stofsoorten en kleuren en
kleedingen en verrichtingen een rijke symbolische beteekenis hadden,
van het Heilige der heiligen
glorie
alle
harmonie
God
naar
te
te laten uitstralen
doen terugvloeien,
—
om
en in zuivere
zoo ook bedoelde het oor-
spronkelijke het hooge ceremonieel aan het hof.
De
tabernakel was gebouwd naar het voorbeeld, het model, het bestek,
dat aan Mozes op den berg getoond was, en alzoo een afschaduwing van het Heiligdom in den Hemel. Droeg nu de koning op aarde de majesteit des
geen
Heeren
in
zijn
aanmatiging
in,
kroon,
dan
behoorde het alzoo en lag er volstrekt
dat ook het leven in het vorstelijk paleis naar de
grondtype van het „geducht paleis" daarboven was ingericht.
Brengt dus de Heilige Schrift het voorbeeld van het vorsten
om
bij,
paleis der aardsche
ons de heerlijkheid van Christus in het paleis daarboven
voor te stellen, dan voegt ze niets vreemdsoortigs bijeen,
maar
vergelijkt
slechts twee zaken, die reeds in oorsprong saamgingen.
Het punt van ceremoniën,
vergelijking raakt hier de hoofdquaestie van alle vorstelijke
w. de vraag, wie op den troon naast den koning
t.
staan of zitten.
Let wel, niet achter den koning zijwaarts in
maar naast den koning. En zekerheid
te
waken,
zulks
niet
op
een afstand,
mag gaan
zijn dienst,
om
voor zijn
maar onmiddellijk naast hem, zoodat hand
schier
aan hand raakt. Zulk staan of zitten toch duidt aan een deelen
hebben aan
zijn
En waar nu
macht, een u overkomen van
iets
in
zijn
van
glorie, een deel
zijn
majesteit.
de koning twee plaatsen op den troon naast zich heeft,
ééne aan zijne linker- en ééne aan
zijn
rechterhand, bestaat tusschen deze
beide weer dit symbolisch verschil, dat de plaats aan
wel een deelen in
zijn glorie,
maar dat daarentegen de
maar minder
's
konings linkerhand
in zijn macht, te
kennen geeft
plaats aan de rechterzij naast den koning, en
op den troon, meer uitsluitend symbool
is
van een deelen in
zijn
Regeer-
macht en Majesteit. Oorzaak hiervan
is,
dat in de rechterhand de scepter rust.
En wederom
dat de scepter in de rechterhand rust, komt daar vandaan, dat de mensch,
om
zijn
Wel
macht zijn
er
uit te oefenen, in
de eerste plaats de rechterhand opheft.
ook linksche lieden, en
zelfs
zijn
er kleine
stammen,
bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's