E voto Dordraceno - pagina 238
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIII. HOOFDSTUK
240
valt het zoo bitter tegen, als er zonde uitkomt, en schijnt
dan natuurlijk
van
uitkomen
het
aangegrepen, zoodat
schuld,
om
het kwaad te dekken. Eigenlijk
schaamte
de
toch
men saam
in het besef, dat
is
van
belijdenis
en het vertrouwen ongeschokt
gered
waar men over en weder met elkander verkeert
mogelijk,
alleen
blijft,
een zonde zulk een diepe val uit de gewaande
zulk
in de gebleken verdorvenheid, dat de leugen als vanzelf
voortrelïelijkheid
wordt
II.
zondig in zijn wezen ons
voor
maar ook saam de
is;
zonden in Christus
aangebracht.
verlossing
kent,
Daarom
het zoo noodig onze kinderen van der jeugd af de verzoening
is
die
van het
in het bloed
worden,
Godslam
heilig
en
beleden
verzoening
die
beleden
zonder
aller
de
waar
te leeren kennen. Alleen toch
en
geloofd
dat
is
toegeëigend
belijdenis
van
kan
wordt,
zonde
die zonde het zielsleven
verschrikt.
De dusgenaamde noodleugen hangt
hier rechtstreeks
mee samen. Elk
kind toch, dat uit drang van schaamte ontkent een bedreven kwaad ge-
daan
hebben, grijpt de leugen uit nood aan. Het wil zich redden. Dat
te
redding in schuldbelijdenis schuilt, dat er redding
er
gen
nog
of gelooft hij hij
niet.
Zoo omklemt hem de nood, en
zich te redden door de ontkenning van
het spreken van een leugen.
door
zich zin
is
in de erbarmin-
Gods, dat er redding afvloeit van het Kruis van Golgotha, verstaat
daarom nooit
echter
is
weg
overmits de
maar
God de Heere ons
noch
nood poogt
te
al
Hij redt
is.
in zulk een
zelfs te vergoelijken,
om
vaak,
meer
van het
in Christus en zijn kruis alles
ons schaamtebesef niet in te boeten,
weerwil van de zonde) te verfijnen en te verscherpen.
de noodleugen wettigen wil,
maar
uit dien
of geschied
Een noodleugen ook
te rechtvaardigen,
wat we behoeven
heeft,
(in
is
tot zedelijke verheffing juist door de vernedering
schuldbelijden gaat, en
geboden
wat
Wat hier
verkeerd begrepen egoïsme, dat bovendien,
is
door
vrees voor straf dan door schaamtebesef
gedreven wordt.
men dan nu
Zal
zeggen, dat de noodleugen wel geoorloofd
is,
waar het
de eere Gods of het welzijn van onzen naaste geldt? Zoo wordt meestal
maar wat men
geoordeeld;
hier
ook
voor aanvoere, een dieper gaand
zedelijk instinct zegt toch zeer terecht, dat een leugen nooit goed
en
geheel
zin
dan
ook
Vraagt
men
er
den,
zijn,
het begrip van den nooileugen, alsof hierin geen zonde stak,
moet dan ook verworpen. Leugen boozen
kan
zoodat
hebben kan. altoos
en
En
is
zoolang er van nooileugen sprake
onveranderlijk
daarentegen of er geen ge,
door
een woord, dat nooit anders dan een
strijd
aan iemand die
is,
moet
een veroordeelend vonnis volgen. der plichten kan geboren wor-
iets
kwaads
in
den
zin heeft, te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's