E voto Dordraceno - pagina 369
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
371
VII.
ons Je niet eens oorspronkelijk en enkelvoud
wijl
om
doet
om
XLV. HOOFDSTUK
gebed altoos
en
iets stuitends,
;
en uitsluitend dienst
Zulk gebruik heeft daar-
in zeer ordinairen zin familiaar te zijn.
in het
is
alleen verschoonlijk in oogen-
is
vormen
blikken van heilige opgewondenheid, als iemand van minder fijne zich gaan laat in zijn gebed en vergeet op de
gekomen
Woord
zich ook hierin aan het
wie
gaat,
En
vaderen vinden we de edeler vormen, die
nu mag dan ook
dit
voorspeld, dat dit gebruik van
te letten. Veiligst
Dat Woord
houdt.
Schoone Statenoverzetting.
in onze
vormen
tot ons
is
in die overzetting onzer
Je ganschelijk mijden. Reeds
Je zeer spoedig geheel
uit zal
slijten, al moet erkend, dat in niets zoo zeer als in onze gebeden het verlies
van het eens zoo schoone
Du
te
betreuren valt.
Naast die kennisse Gods eischt een gebed dat Gode aangenaam
zal zijn,
kennisse van onszelven. „Dat wij onzen nood en ellendigheid recht en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht zijner majesteit verootmoedigen. Als een terwijl
bloed
met den dood lag
En
sierlijk
te worstelen, zou een ieder zulk een
wat
toch,
dag van de wereld
een
kleeding-
wicht met het gif van pokken of typhus in het
arme
het
stuk,
afschuwen.
om
moeder God voor haar kind bad
zijn
moeder
ver-
de duizend en duizend gebeden, die eiken
onzen God worden opgezonden, in den grond anders?
tot
Arme menschen met den dood en doem in hun hart, roepen dag aan dag tot God, om rustig te mogen slapen en om kleeding en deksel te ontvangen, zonder dat het ook maar in hen opkomt, om God aan te roepen om redding
hun
uit
geestelijken nood en den dreigenden dood
En waar nu komt
hunner
ziele.
jammerlijke verschijnsel anders vandaan, dan uit
dit
hun gebrek aan zelfkennis? Ze weten
niet
wat verderf
in
hun
ziel woelt,
weten niet wat dood op hun hart drukt, ze weten van niets dan van
ze
wat werken en wat genieten, en daarom
eten, drinken, slapen,
hun gebeden
van den uitwendigen nood, maar van hun inner-
altoos vol
lijken zielsnood
weten ze niets voor
wie bidden
noodig dat
zich
hij
wil,
in
die
zelven vrage wie
om
zelfkennisse hij
die
het
alleen
weet
Woord aan den mensch ontvangen en geboren,
Doch ook zijn
die
bij
die
is
het voor
de heilige kunst van het bidden te leeren, oefene.
want dat weet
is,
„En daarom
te brengen.
anderen, want die weten het ook niet.
God,
ze in
zijn
aan
Noodig,
dat
hij
en het ook niet vrage aan
niet,
Maar dat
hij
hoe het innerlijk met
hij
niet
zich-
het vrage aan zijn
hem
staat,
en in
zijn
ontdekt heeft, wie en wat een mensch, in zonde
is.
algemeene kennis van den mensch,
Woord geopenbaard
heeft,
moogt ge
gelijk
niet staan blijven.
algemeene kennisse op uzelven persoonlijk toe
te passen.
God
die in
Ge hebt ook Te zeggen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's