E voto Dordraceno - pagina 174
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
174
ZOND. XXIÖ. HOOFDSTUK
was
Uitverkoren
maar
als
volksc/eheel.
het volk als zoodanig, niet naar de individuen,
En
de tegenstelling
en niet Socrates of Plato
uitverkoren
Ik
heel
III.
U
dan ook nooit:
is
maar
;
U, o volk van
:
heb Ik heb
Israël,
en niet de volkeren der heidenen. Altoos staat het volk
uitverkoren,
tegenover de volkeren. Israël tegenover de heidensche natiën. Voortdurend is
zaad Jacobs staande tegenover de volkeren van rondom.
het
Deze verkiezing van Israël
kan
Dit
op
komst
de
omdat
niet,
Heeren
des
volk
als
niet eene verkiezing tot zaligheid.
is
volgen zou, dat dan elk Jodenpersoon tot
hieruit
een
had moeten hebben onder de
erfenisse
heiligen.
Op eeuwige
zaligheid wordt, zoo dikwijls Israëls verkiezing als volk ter
sprake komt, dan ook nooit gedoeld. 's
Heeren eigendom
den met
te
om
zijn,
zijn
Het
het volk, dat verkoren
is
naam
te
geboden en inzettingen, maar ook
zijn
om
dragen,
om
is
voorts zijn heilschat
geheel in tijdelijken, aardschen zegen te zien opgaan. Het ontvangt
land
„overvloeiende
melk
van
om
verrijkt te wor-
een
en honig", het zal „de landpalen zijner
vijanden erfelijk bezitten", het zal rekenen kunnen op „den uitgestrekten
arm" des Heeren, en achter het
Maar hoe mild ook de zegen
schild zijner Almachtigheid veilig zijn.
vloeie, of bij
afval en
ontrouw de vloek
dreige, beide, zegen en vloek, blijven geheel in het tijdelijke besloten, en
de eeuwige verdoemenis of eeuwige zaligheid komt er niet in voor.
Deze volksverkiezing was dus
schaduwde de verkiezing
tot
En
zaligheid af.
dat wel op zulk een wijs,
dat de verkiezing tot zaligheid reeds lang werkte eer Israël optrad
lange
maar
niet eene verkiezing tot zaligheid,
;
io^n
eeuwen bijna uitsluitend door de bedding van Israël heenvloeide
en straks,
als Israël zijn
onder
volkeren.
alle
volkseere op Golgotha wegwerpt, zich uitspreid
Uit en onder die volken echter schept en vormt de eeuwige verkiezing tot zaligheid
maar
in
Gode een nieuw en eigen
volk, dat niet slechts in figuurlijken
zeer eigenlijken zin, als het volk des Heeren van het Paradijs
af bestaat, en dit volk des
Heeren nu was
in het volksbestaan
van Israël
verzinnebeeld.
Het tweede
feit,
Het Verhond
is
waarop we wijzen in de Heilige
is
de zake des
Verhonds.
Schrift nergens een soort vriendschaps-
betrekking als tusschen twee enkele personen. Dat zou ook geen verbond zijn.
Overdrachtelijk,
en
manier van spreken, kan
bij
zeggen, en zoo vertellen jongens op school u dien knaap een verbond hebben gesloten
dat dit onjuiste grootspraak
is.
;
al,
maar
men
dit
wel zoo
dat ze nu met dezen of
hierbij voelt ieder terstond,
In eigenlijken goeden
zin,
kan
alleen een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's