E voto Dordraceno - pagina 480
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
480
ZOND.
XXV. HOOFDSTUK
maar
een persoonlijke betrekking van ons hart tot
geloof
toch
is
onzen
God,
maar een betrekking
gemeen wij
één
één
geslacht
zoo ook
De
heeft.
onzen God, die ons met anderen
God
éénen bloede vormen, en dus saam
uit
menschheid,
ééne
geheel,
geslacht, voor onzen zijn,
tot
en alleen in die gemeenschap zich ten volle onderscheidt. Gelijk
is,
Adam
in
niet
XII.
als
staan, en
één organisch verbonden menschelijk
daarom lotgemeen
in
vloek en zegen
het in de nieuwe menschheid, die Christus tot haar Hoofd
is
Heilige Schrift legt er telkens nadruk op, dat
maar saam
loovigen los op ons zelven staan, huis
geestelijk
saam
zijn,
lichaam. Het geloof
is
bij
we
saam van
levende,
dus niet voor elk kind van God
kinderen
bestaan allen saam in den éénen Christus, onder
apart staat en een eigen bestaan voor
Heeren, dat
vormen
eerst
Vandaar de gemeenschap der
het
geloof
van Gods
voeding
en
dragen.
Wel
kind
besproeiing
eerst
maar dat het zijn
die heilige
in
op zich zelf te gaan staan. het
uit
organisch
scheppingsordinantiën eigen
dien
ik,
gemeenschap
heeft ieders geloof een ^jeri-oowZy i-e kern
Dan
zonde het geloof in ons juist het meest
maakt
geloof van
saamgeweven, en dat zijn
ware
;
anders zou //y niet
nooit een los, afgezonderd
kwijnt het en kan het niet tieren.
het echter in den aard der zaak, dat onder de nawerking der
ligt
om
hun
waardoor het kan opbloeien en vrucht
erlangt,
en op zich zelf staand geloof worden.
king,
als
Lichaam
Vandaar de Verbondsgenade. Van-
heiligen.
kunnen gelooven; maar toch dat ^t;;-sooH?j;A;e mag
Nu
hem
ééne kerk van Christus. Het spreekt dus vanzelf,
in
met het geloof van den ander moet
één,
Neen, Gods
heeft.
ze dat ééne mystieke
dat ook ons geloof niet op zich zelf kan staan,
den
God
eens als de Bruid aan zijnen Vader zal voorstellen.
hij
daar het saamleven
eenzelfde
iets afzonderlijks,
hij
Hoofd saamgevoegd, en zóó
niet als ge-
elkaar hoerende leden van één geestelijk
waardoor
des
als
hoofde
was het dus
kampen
verband, waarin
gezet had.
niet achten
het
te
De zonde
heeft
met de
verzoe-
heeft ons eigen ik losge-
God de Heere het naar
zijn
zelfzucht, het zoeken
van
De zonde
is
der liefde, die dringt naar gemeenschap. niet vreemd, dat onze
Heere en Heiland
Uit juist
tegen dit kwaad een medicijn zocht, en tegen dit gevaar ons een middel ter beveiliging bood.
maar bovenal, waardoor
het
en uit
Het geloof
in ons
had behoefte aan
in geheel bijzonderen zin, zijn
eenzelvigheid wierd uitgehaald en in de gemeen-
schap der heiligen ingeleid en gehouden. het
Sacrament
toebrengt.
ons
allerlei sterking,
aan die bepaalde sterking,
juist
deze
En
eigenaardige
dit
nu
is
de oorzaak,
versterking van ons geloof
Er moet tusschen ons persoonlijk geloof en dat van
Lichaam gedurig en gestadig een band geweven. Dien band niet
een
waarom
mensch, ook niet een Dienaar, maar de Heere
uit
's
Heeren
legt en weeft
den hemel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's