E voto Dordraceno - pagina 39
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XXXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
41
I.
menschelijke saamleving het richtsnoer en de bindende autoriteit aan te
Het
wijzen.
Gebod
vierde
wijst ons dat richtsnoer voor ons menschelijk
saamleven aan in het voorbeeld van het Goddelijk leven zoo zult ook
En
rusten op den Sabbath.
gij
gelijk
;
God
rustte,
het vijfde Gebod spreekt niet
van het richtsnoer, maar wijst de autoriteit aan, waardoor ons menschelijk leven
zal
Lev.
XIX
vader
zijnen
uw God".
Zelfs
nu
is,
daar heet:
als het
,
Een
ieder zal zijne
met de
ze hier niet in het verband
maar
omgekeerd, en gaat het
moeder
en mijne Sabbathen houden. Ik ben de Heere
vreezen
voorkomen,
geboden
in
deze twee geboden nog eens saamgekoppeld en in
juist
adem herhaald worden,
één
en
3
:
Opmerking verdient het dan ook dat
saamgebonden.
zijn
bijna
op
los
zichzelf
Gebod voorop; en wordt
vijfde
overige acht
de
staan,
orde
in dit
hier
gebod de
moeder vóór den vader genoemd.
De
besproken vraag, of het vijfde Gebod
veel
tweede
tafel
der
wenschen geweest,
Kecht
en
aanleiding
valt
hiermee
de eerste of zelfs
bij
ware het
de te
vraag nimmer in dien vorm had opgeworpen.
dan bestaan hebben, zoo
die vraag zou alleen
tot
bij
weg; en
de HeiUge Schrift bleek, dat de splitsing der geboden naar de twee
uit
tafelen op
van
Wet hoort, dat men deze
hun inhoud
Doch
doelde.
dit is niet zoo.
Er
staat geen
en de veel breedere bewoording van de eerste geboden,
;
met de
zeer korte uitdrukking van de laatste,
Neemt men
tafelen,
gelijke
gedrongen en
in
zoo
vijf,
in vergelijking
dit zelfs onwaarschijnlijk.
en plaatst
de andere tafel de tweede
eerste vijf en op tafel zeer
twee
toch
maakt
woord
men
op de ééne de
moet ge op de
eerste
elkander schrijven, en kunt ge de tweede
tafel
op verre na niet behoorlijk met het schrift vullen. Het kan dus zeer goed dat op de eerste tafel slechts de eerste drie, en op de tweede tafel
zijn,
de
gestaan;
oudtijds, gelijk in alle
doorgeschreven; dat
hebben
zeven
laatste
Hebreeuwsch
dat er geen
men
vooral zoo
oude
bedenkt, dat in het
werd
talen, alles achter elkaar
nummers noch
indeelingen
bij
stonden; en
de teekens die thans in den Hebreeuwschen Bijbel de tien geboden
vaneen ouden
Wet,
scheiden,
vorm negen
er
eerst later door de rabbijnen zijn bijgezet.
nu vullen de regels,
eerste drie geboden,
tegen de zeven laatste ruim
dus practisch, zoo beide tafelen,
tien.
Een
gelijk ondersteld wordt,
zeer goed uitkomt. Zelfs het vierde
Gebod kan
natuurlijk
eerste tafel voegt.
de
ongelijkheid,
Dan
zoo
men
indeeling die
even groot waren,
moeielijk op de eerste tafel
gestaan hebben, daar dit gebod alleen reeds zes regels vult.
wordt
In dien
met den aanhef van de
En nog
ook het vijfde Gebod
erger
bij
de
toch zouden er in doorloopend Hebreeuwsch schrift
op de eerste tafel ruim zestien regels gestaan hebben, tegen op de tweede tafel
nog
geen drie; wat niet
is
aan
te
nemen.
Men
hechte er daarom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's