E voto Dordraceno - pagina 497
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVII. HOOFDSTUK IV.
De opstanding dood
dus niet op het leven, op het aanzijn, op de exis-
ziet
die de gestorvenen terstond
tentie,
volgt
een
eerst
491
na hun dood
Neen, na hun
hezitten.
deele beperkt leven, waarin ze
ten
nog
niet zijn
opgestaan, en waarin de heiligen van onder het altaar, de opstanding ver-
VI:
„Hoelang,
juist roepen:
beidende,
En hun
o,
Heerscher!"
heilige en waarachtige
wierd gezegd, „dat ze nog een weinig tijds rusten zouden
!"
(Openb.
10, 11).
De opstanding
strekt dus veel verder, en doelt eeniglijk op dien door-
luchtigen dag des Heeren, als de triomf over zonde, ellende en dood geheel
nog
dood
volkomen
en
voltooid
De
niet.
En
loopig.
Dit nu geschiedt terstond na den
uitbreken.
zal
triomf dien het geloof behaalt,
Gods en de volkomen terugkeer van ongebroken
uw
existentie, d.
heel
uw
naar
i.
daarom nu
is
Reeds eeuwen lang lang
wereld, die er
nog
het
Gods kinderen
mogelijkheid
eeuwen
aantal
in
dit alles toeft
den dood gegaan, niet wetende
dat
;
maar dan
En
niet
sinds
reeds
het geloof de weder-
al spelt
eenvoudig omdat geen Maranatha ooit
nabij,
als
met onmiddellijke verwachting
dan
—
zou, eer die volle triomf aanbrak
een machtige reeks van eeuwen wierd.
de
u,
Abraham en David, voor Johannes en Paulus
komst des Heeren altoos
kan
om
hier een waarborg noodig. zijn
duren
toch zoo dat het voor
anders
bij past,
wederkomt en straks de elementen versmelten.
totdat Christus
hoe
paradijs-geluk, naar heel
en lichaam beide, en zulks in vereeniging met
ziel
met een
geslacht en
Juist
nog slechts voor-
is
de volkomen zegepraal over de onheilige machten en de vijanden
ontkent,
dat
in ons hart
kan leven, toch
eer de Christus weerkomt, het
der apostelen martelaarsdood verliep, nog zal
worden verdubbeld.
Een waarborg wordt dus in
teloos
om
ons graf wegzinken,
lang, misschien schriklijke
in ons sterven gevraagd, dat, als
nog eeuwen de
teleursteUing
wel
bij
den Heere
te zijn,
we machmaar toch
volle zegepraal te derven, het einde
zal opleveren,
maar eens
geen
zeker, eens gewisselijk
de zalige opstanding brengt.
En
dezen waarborg, deze zekerheid biedt nu de Opstanding van Christus
uit de dooden, niet aan
Niet aan de wereld. Zelfs
verstaat
een
de wereld,
Want
kind
der
maar aan Gods
de wereld belijdt
Christus
ons
Hoofd! Maar een kind van
dat
lichaam
liefde
ingevoegd
lid.
niet als haar Hoofd.
wereld er niets van, wat dat zeggen wil:
ontwaart
en der
hem
kinderen.
God
verstaat dat wel. Hij
Christi in het trekken van de
banden des levens
onder Gods heiligen. Hij voelt zich in dat lichaam
En
als lid in dat
lichaam inzijnde, beseft
hij,
als
een
hoe Christus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's