E voto Dordraceno - pagina 516
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. L. HOOFDSTUK
518 bepaalt
toe
graan
dat
bevel,
tarwe tot meel
God
doen onzes Gods
niet aan zichzelf over.
uw God
buiten
uw
gij
Het
uw
den hemel
in
brood tot u neemt,
is
is,
en de
gebakken, laat
is
dat op
niet,
is
uw God
en dat
ligt,
oogenblik, dat
hetzelfde
de aarde, op zijn
als
voortgebracht, en het gedorscht
heeft
alzoo
Ook
niet.
vermalen, en uit dat meel het brood
is
brood
dit
brood
het
zich
II.
het
tafel
maar op
is,
het de almogende
en alomtegenwoordige kracht Gods, die dat brood draagt, dat brood brood
Wat u
laat zijn, en in dat brood de voedende kracht onderhoudt.
uw
leven in stand houdt
Mozes het
die in dat brood werkt, of gelijk
„Ge
en Jezus het tot Satan herhaalde: het woord dal uit lijk
Gods mond
misduid en mishandeld
uitgaat."
in
Deut. VIII tot Israël zeide,
leeft niet
Een
uw lichaam
voor
brood
met de
en die nog telkens,
is,
maar
zorgen,
voedt."
Schrift
Maar een
soms door ortho-
zelfs
,Ge
zult niet enkel voor
meer hiervoor dat ge uw
veel
inzien hoe vs. 3 verklaard en toe-
waar Mozes zoo
gelicht wordt in vs. 17 en 18 van dit zelfde hoofdstuk,
nadrukkelijk tot Israël zegt:
„Ge
zult niet in
en de sterkte mijner hand heeft mij gedenken,
zult
vermogen niet leven,
het
er een
ons
maar
Manna.
bij
Israël
alle
De
uw God
uitspraak:
woord dat
uit
hart zeggen
is,
die
Mijn kracht
:
u kracht
„De mensch
zal bij
;
maar
gij
om
dit
gaf,
brood alleen
den mond Gods uitgaat" sloeg op
had toen geen brood, en toch bleef het
woord Gods, zonder brood, enkel
dit
geduid
uitgaat
het de Heere
uw
vermogen verworven
dit
leven,
beteekent deze
tot
het
aarde,
dat
alzoo,
er
bij
Van een
het
Manna
geestelijk woord,
van het woord der genade
dag aan dag een woord Gods
is
is,
waardoor ons leven
van het woord der Schrift, noch
hier alzoo sprake.
Deze vierde bede doelt
op het lichaam en op het lichaam alleen, en ook in Deut. VIII op
dat
Op
geleefd.
dat deze aarde ons voeden zal, en dat het dit
scheppend en onderhoudend woord van onzen God in stand blijft.
alleen
omdat
woord Gods uitging, dat het Manna zou nederdalen; en toen heeft van
Israël
dat
te verwerven."
ziel
uitspraak waarvan het misbruik toch
nu men almeer gaat
allengs afneemt,
van het brood, maar van
uitspraak, die wel schrome-
predikanten, vertolkt wordt, als stond er:
doxe
voedt en
dan ook niet dat brood, maar de kracht Gods,
is
machtwoord
:
Gods gewezen, waaruit ons de zegen
3 wordt bij
de
voeding en instandhouding van ons lichaam toekomt. Zeer juist zegt dan
ook de Catechismus, dat in deze vierde bede de betuiging onze
arbeid,
noch onze zorge,
ja,
zelfs
Gods gave
niet,
ligt,
„hoe noch
ons zonder zijn
zegen kan gedijen." Die zegen kome derhalve niet bij het brood, maar
werkt dien zegen in ons brood. Als Hij in dat brood niet
en alomtegenwoordige kracht laat werken, nut het ons Hij,
nadat
wij dit brood gegeten
zijn
God
almogende
tot niets.
En
als
hebben, het, met eerbied gesproken, niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's