E voto Dordraceno - pagina 420
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
414
XV. HOOFDSTUK
ZOND. vallen.
Maar
belijdenis
doen
knieën
dan
hem
indien ge
uw
van
V.
wat doet ge dan anders
veroordeelt,
eigen blindheid, en van de onmogelijkheid
dat de mensch zelf rechter zal zijn?
En
toch,
heilige,
een
overtreder
rechtspraak beleedigd
kwaad",
ten
zich
wierd,
die als rechter
en
zie
Maar
doode.
spreekt vonnis over den
zit, hij
die eere. Hij
nu
menschelijke
alle
De Majesteit Gods, die in het paradijs God alleen kan Rechter zijn. De mensch
gewroken.
is
dan ook
eet
hierin
verwijst Jezus als
hij
den dood.
zelf
God
aan
ontstal
mensch
die
veroordeelt en doemt den onschuldige,
hij
zou
zelf
Gabbatha,
op
zijn
hoe
hij
„kennende het goed en het
Barabbas
vrijlaat,
en Jezus
uitzendt naar den kruisheuvel.
Doch we gaan
verder.
Toen God de Heere na het tot rechtspraak i» zijn
om
zeker,
majesteit
paradijs,
's
menschen
in
dit oordeel
Hij genade. Niet die bijzondere genade, die zaligmakend
algemeene
genade,
die
onder
dit,
zeer
pretentie te laten uitkomen en
maar toch ook
wreken;
te
Overheidsmacht en dus ook macht
op menschen gelegd had, deed Hij
de dwaasheid van
eigen
zijn
naam
alle volk gespreid
is,
mengde
maar wel
is,
en waardoor God de
om
en verduiveling van ons geslacht heeft tegengehouden,
verdierlijking
die
een menschelijk leven op aarde mogelijk te maken.
Heel de rechtsbedeeling op aarde moet dan ook
als
een genade worden
aanvaard, waarin Gods ontferming spreekt.
Nu
God de Heere
heeft
gelijke
gegeven.
zuiverheid
bedeeling uiterst gebrekkig
Bij
de
en eerst
;
aan
die rechtsbedeeling niet
alle
volken in
Oostersche volken was deze rechtsbij
de Westersche volken
ziet
ge rijker
rechtsbedeeling opkomen.
Maar toch ook onder
God de Heere de
Rome
rechtsbedeeling
Europeesche toch alle
is
van
van
het genie
de Romeinen. Te
Rome
is
er
maar
één,
waaraan
het recht geschonken heeft, en dat volk zijn
ontwikkelde zich een talent voor het recht en voor
zooals
nog
volken
Westersche volken,
die
uit de
schier nergens elders in
;
en
al
mogen thans de
menig opzicht boven het oude Rome staan;
drang naar en het inzicht in wat recht
is
voor
volken uitgegaan.
Het was daarom
volstrekt niet onverschillig voor
wat rechter Jezus
te-
recht stond. Voor een Pharaö of Belsazar zou zijn vonnis niet het vonnis
van het menschelijk recht geweest de
uitspraak
wierd
zijn.
Dat wierd het
eerst doordien het
van een Romeinschen rechter. Of Herodes Jezus
veroordeelde, dat deed de zaak niet
door Pontius Pïlatus.
af.
Neen,
hij
al
moest geoordeeld worden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's