E voto Dordraceno - pagina 77
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
men
Intusschen lette
XXXIX. HOOFDSTUK
79
VI.
Gebod
er wel op, dat het vijfde
alleen voor het
recht door menschen over menschen besteld een steunpunt biedt.
toch
meer een dwaling
zoo
allengs
streden worden, alsof het door
Er
sloop
genoeg kan be-
menschen over menschen bestelde recht
eigen-
het Recht, het eenige, het eigenlijke recht ware, en alsof, zoo dikwijls
lijk
anderen
in
die niet ernstig
in,
zin,
het woord Recht werd gebezigd, dit eigenlijk slechts ge-
schiedde in overdrachtelijken
zin. Hierbij
men
stuit
spreekt van den Vader in de hemelen een aardsche
God
op
derwijs
op dezelfde dwaling,
aardschen vader den eigenlijken vader zoekt, en acht dat wie
die in den
omgekeerd het eenig
volle
nu de Heilige
Leert
overdraagt.
vergelijken-
Schrift ons, dat juist
en echte vaderschap in God wordt gevonden, en
dat een mensch die op aarde kinderen als beelddrager
benaming
teelt,
slechts op gebrekkige wijze,
Gods, dat eenige Vaderschap Gods in
zijn
aardsch vader-
schap afbeeldt, dan moet deze zelfde orde ook op het Recht worden toe-
Het
gepast.
recht
én lijke
het
is
besteld en gehandhaafd, en het
afgeleide en oneigenlijke, dat steeds én in zijn rechtsvorm
dat niet van menschen
Recht,
met een rechtsordening
in twee
Hem
gehandhaafd
die slechts middellijk
en
het
nu deze
is
wordt.
is,
graden
God
rechtsordening, die rechtstreeks van
door
dusgenaamde menschelijke
rechtsordening, slechts een schaduw vertoont van het wezen-
zijn
in
wezenlijke Recht wordt dus niet door menschen,
eigenlijke,
maar door God
En
maar van God. te
We
hebben dus
doen. Vooreerst bestaat er een
Hem
uitgaat, door
ten tweede
besteld
is,
en
er een rechtsordening,
is
van God uitgaat, maar rechtstreeks van menschen;
lagere, deze middellijke, deze door
menschen bestelde
rechtsorde, die haar uitgangspunt vindt in het vijfde Gebod.
Wie
mee
ontkent of er niet
dit
ordening elk bindend gezag.
rekent, mist voor zijn aardsche rechts-
Ge kunt toch
niet zeggen, dat deze aardsche
rechtsordening rust in onderlinge overeenkomst, alsof alle menschen over-
een waren gekomen, verklaring,
althans
om
zulk een recht in te stellen. Dit zou alleen ter
in schijn,
kunnen dienen, indien
over gehoord waren en hadden toegestemd. is,
schuilt
in deze uitvlucht niets
van onze rechtsorde kan
zijn.
dan een
Nu
alle
menschen
hier-
dit echter niet het geval
fictie,
die nooit de grondslag
Evenmin kunt ge zeggen, dat deze
rechts-
orde uit het rechtsbesef, uit de rechtsidee, of uit de noodzakelijkheid op-
kwam,
om
want
noch
uit
een besef, noch uit een idee, kan ooit de macht
recht in te zetten, en het recht
En wat tot het
de
noodzakelijkheid
aannemen van zekere
regels en
maar noodzakelijkheid schept op lijk,
om macht
oefenen, worden afgeleid.
aangaat, zoo kan deze zeer zeker dwingen
bewegen
om
die regelen te volgen,
zichzelf nooit recht, overmits een iege-
die deze noodzakelijkheid niet gevoelt,
dan elke klem voor het recht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's