E voto Dordraceno - pagina 304
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVb. HOOFDSTUK IV.
306
schen vermaking; maar wel een
den
legd. Juist in
XXXII
dus waarin Psalm
zin
„Wees
zinnige tot rede roept, als hij zegt:
:
toom en
Na
u
gebit, opdat het tot
9 den onwillige en on-
men
breidelt
met
niet genake."
God de Heere deze Wetsprediking meer komen
het volkomen waar, dat
is
aange-
niet gelijk een paard of gelijk
muilezel, hetwelk geen verstand heeft, welks muil
een
hem
een toom, een gebit
teisgel,
van de overheid dan van de kerk laat uitgaan. In den regel toch
ontzinden niet in Gods huis, en hooren ze geen andere Wetspredi-
deze
king dan van hun vader, die ze thuis dreigen en bestraffen moet; van de publieke opinie, die nog altoos velerlei onbeschaamdheid en oneerlijkheid
van de strafwet,
en
afkeurt;
die op allerlei
gebodsschending straf
stelt.
Tot verreweg het overgroote deel van de bevolking der aarde komt
zelfs
nooit een andere Wetsprediking. Vergeet toch niet dat alle kerken
saam
nog
wereld
de
heel
over
bewoners der aarde
En
geheel buiten.
ge in
als
die gedoopt zijn, waarlijk uit
diking ontvangen, dan
Ruim twee
uw omgeving zoo Gods Woord en
de helft
is
meer dan één
altoos niet
in zich bevatten.
nog
stellig
het
nog
zeer klein, en
is
te
hoog geschat. Feitelijk
Wet tot hen komt. De Wet die alzpo boden,
we
gelijk
verandert
aan
tot
die in
hen komt
Exodus
XX
wezen der zaak
het
natuurlijk niet de
is
voor ons hebben
De Wet
niets.
Wet
der Tien Ge-
De grondvesting van Gods Wet
Goddelijke wijsheid en wil. Ze creatuurlijk leven.
der Tien Geboden
vanuit: „Vanouds heb
toen
schapen,
verwoestend
ook
in
Eomeinen
zóó
hebbende,
toch
Wet
er van
werd ons inge-
Wet gegrift werd. En toen om dit Goddelijk handschrift
de zonde te vernie-
in
uitslijting
wat
van
men noemt
zijn
zijne
algemeene genade
handschrift zóó gestuit, dat er
den onwedergeborene en onbekeerde nog altoos zeker
van deze Wetkennis uit,
is.
CXIX
trad,
Heere onze God,
gemeene gratie, deze
(Ps.
hart die
tusschenbeide
tigen, heeft de
is
geweten
Schepping ingeweven in
Het besef en de kennisse
Adams
in
ik
achter onze Schepping in zijn
ligt
in en door de
is
Dit echter
liggen.
van uwe getuigenissen, dat Gij ze van eeuwigheid gegrond hebt"
of
maar nog
voor verreweg de meesten niet de kerk,
geen nieuwe Wet. De Psalmist riep er
ons
is
kerk ontvangt,
alleen de overheid en de publieke opinie het orgaan, waardoor de
altoos
152).
van hen,
rondziet, hoevelen
door zijn kerk de Wetspre-
Wet van Gods
gedeelte der menschheid, dat de
dus
klein derde van de
derde staat er dus reeds
De
overblijfsel
heilige apostel drukt dit in zijn brief
dat ook de Heidenen, hoewel de
zichzelven een wet
zijn,
Wet
„als die betoonen het
geschreven te hebben in hun harte" (Rom. 11:15).
aan de
van Sinaï niet
Want
werk der wel
is
aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's