E voto Dordraceno - pagina 188
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK
190
I.
dan
zouden deze mannen met één dubbeltje naar huis
dat
roert
na diens mans
Dat kan
bart.
waren buiten schuld. Ze waren te
leven, allicht
met een
gezin.
hem
en denkt
hij:
heid in
op,
Ziedaar, daar hebt
toe.
uw
ook
gij
En nu komt
met minder dan
hem
ge niet doen. Als ge hun
antwoordt
f 1.
—
geeft,
heer des huizes, dat
de
geven dan
om
was,
vrij
dan komt ons
/"
Immers
hen ?
om
hij
aan toe
er voegt er
komt
ivel
te
doen, en dit
maar uw oog boos
is.
Men
zich
gaarne
zoo
heerschappij over
van
geijkt
op
En
Of
:
is
uw
slot
immers wel
van
komt
zijn zeg-
ik
maar
bij,
goed
strekt,
om
daar vandaan, dat ik goed ben,
ware geworden.
beter
te
En
om met hun
zij
dit
zeggen
van den per-
onder de bezitters, die
zij
om hun
maken, zouden
zegenen, indien
vrijheid,
te
welke andere verklaring
dus voortaan van elk beroep op
zal
hun eigendom waar
hun gelaten
de
En
nn
want dat
omdat
oog boos,
dezen heer des huizes beroepen,
maatschappij
de
hierop
ten 3. wijzen wij er
aflaten, alsof hierdoor het absolute begrip
eigendom
soonlijken
die
zij,
dat moogt
anders toe dan deze: Gij betwist mij het recht
dit slotgezegde
van Jezus moeten
doet,
voorts dat hij
wordt door het
voorafgaande gezegde te verklaren.
met het mijne
En
toe.
Dit staat er natuurlijk niet als een overtolligheid het
en
—
:
aan deze andere mannen meer
zijne
op, dat deze uitlegging geheel bevestigd
gen.
10.
hun geen onrecht
hij
genomen, verdiend hadden.
strikt
ze,
van het
nu betwisten
het recht. Ze zeiden
;
dege
ter
van barmhartig-
— kan ook deze man niet
met hen voor /"!.— was overeengekomen en
hij
Ze hebben ook
niet.
er gevoel /"l.
Hiertoe
gulden.
den ganschen dag gearbeid hadden,
Die mannen
niet aanzien.
hij
maar vonden
willig,
En
gegaan.
zijn
volstrekte
allicht zichzelven
zich afvroegen, of ook
geld
icel
zij
doen, even ruim
te
gebruik maakten, als deze eigenaar van den wijngaard.
Gods
Woord
heilig
zoolang misbruikt, dat
al
is
men
ernst der tijden er waarlijk wel eens aan denken
weer
ingang
vinden,
dat
volstrekte
mag,
den klimmenden
om
de overtuiging
heerschappij
over
eenig
goed nooit anders toe kan komen dan den Heere onzen God.
natuurlijk
Wat
doen
te
bij
in de Schrift
van den
bezitter als rentmeester voorkomt, wijst ons hier
den eenig veiligen weg; en de kerk van Christus verzaakt haar roeping, indien
ze
inprent,
mensch
niet
rusteloos
en
altoos
God de Heere de
dat
weer de heilige waarheid preekt en
eenige, wettige eigenaar
ooit iets anders is of zijn kan,
het goed, dat Gode alleen toebehoort. Dat dit zoo
maar
in zijn
gebed
weten
wil,
aarde
uitroepende:
;
hoe
De
over
den
vossen
en dat geen
eigendom dacht,
belijdt elk Christen
is,
buiten zijn gebed denkt en doet
Jezus
is,
dan rentmeester over een deel van
hij er
zie
niet naar.
Wie
hem rondgaan
op
hebben holen en de vogelen des hemels
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's