E voto Dordraceno - pagina 426
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
420
XV. HOOFDSTUK
ZOND.
zal een vloek die zonder oorzaak
kind
een
vreeselijk
als
is,
maar dat een verwensching, ons maar den Doch niet
in drift of toorn toegeworpen, niet ons
vloeker deert.
den zegen, zoo
gelijk hij
ook
is
En
het vreeselijkst.
Wat
nu weten wat zulk een
wilt ge
integendeel,
de
aarde ....
komt
er
werking Gods, die
kwaad
de distel op en schrijnt
uw
God zegenend
niet
bij
den vloek rechtstreeks
spreekt, rijpt het koren en de
spreekt in vloek, dan schiet de doorn en
als Hij
uw
Neen dat
vloek een rechtstreeksche werking voort
voet en hand ten bloede, en vernielt
uw
koren
wijnstok.
vloek des Heeren over ons
derhalve, dat Hij als
is
spreken in verbolgenheid een werking doet
dit
ga dan naar
is,
het verschil maar, dat deze scheppende
is
den zegen ten goede werkt,
bij
voortbrengt. Als
most u ten goede, maar
De
vloek
is
uwentwil.
vergaat ?
en
versterft
dien
uit
den zegen. Alleen
bij
om
is
dat
legt,
ge daar? Dat krachtens dat spreken van vloek door
vindt
toch
Almachtige
evenals
en
den vloek de wortel der zaak
hij
het Paradijs, waar het aardrijk vervloekt
een
recht vloekt;
den mensch, maar in God. Als God den vloek op u
in
den
hem naar
vader of moeder
zijn
Vandaar dat het voor
komen."
niet
is,
VI.
maar
ter vernietiging,
Vloek
ten
uw
dat
derhalve,
is
verderoe
God
spreekt
;
dat
en dat deze werking niet
;
is.
levenskracht,
uw
levensgang,
uw
levens-
toekomst ten kwade gekeerd wordt, en hellend naar het verderf gedoemd wordt,
om
steeds dieper in dat verderf te verzinken.
Gods over
om
ons,
Als eenmaal zulk een vloek
;
dan
het uit
is
of wat inspanning ge dan ook aanwendt, dan
er
;
gaat
het
beklijft
alles
ban jaagt u na
tegen u in
meer en
niets
Wat
dit ligt in
;
een gebod
;
is
en wat ge dan ook doet
uw
de vrucht van
arbeid
honig verkeert voor u in alsem
alle
gedijt niets
meer; een ban
ligt
op u; en die
tot in de diejite der verdoemenisse.
God de Heere
Niet, dat spreekt vanzelf, alsof
opheffen.
is
uitgesproken, dan baat geen tegenstreven,
is
geen nogmaals beproeven meer
weg
Vloek
ter helle neder te dalen.
dien vloek niet weer kon
toch zou anders heel de zaligmakende genade zijn?
den vloek, dat wie er onder
kan, en dat zijn eenige toevlucht
is
ligt,
Maar
meer aan doen
er zelf niets
in het borgtochtelijk lijden
van
zijn
Heiland en in de ondoorgrondelijke barmhartigheden Gods.
Paulus
's
Heeren
geloof, Blijft
had des
kinderen
volk
ook
dien
toorns te
vloek
gelijk
getuigen
hebben vrede bij
als :
gevoeld,
de
want
anderen";
hij
zegt:
„Ook
wij
maar toch weet
waren hij
van
„Wij dan, gerechtvaardigd zijnde door het
God!"
derhalve alleen de vraag, hoe
wij,
die onder
den vloek lagen, door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's