E voto Dordraceno - pagina 511
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. des Heeren Jezus
en
;
Zoo
nu waren,
er
maar
bij,
511
II.
Paulus hun de handen opgelegd had,
als
Heilige Geest op hen, en
Hoevelen
XXVI. HOOFDSTUK
zij
ziet
men
en zich verhardden, staat er niet
die weigerden
dus, dat ook dit voorval het vermoeden, alsof de gedoopten
maar
steunt,
het
hadden,
doen
integendeel
vermoeden
dit
Johannes een
vangen,
we
hier
met mannen
zelven gedoopt waren geweest.
komt
uit.
verband
in
met den dus
strekt
beweerden,
bleek, dat
Johannes
ten duidelijkste
Ze waren
te
Maar
niet door
met den
Christus.
Dit verwijzen van deze
Johannes-jongeren naar den echten Doop van Johannes, in
dusgenaamde tegenstelling
zoo
ontvingen,
Steunen zou
want, zegt Paulus, de Doop van Johannes wees juist
gedoopt, belofte
Doop
ongegrond weerspreekt.
als
dan,
alleen
door
die
juist het tegendeel hiervan
op
de
wel, dat het een twaalftal was, dat geloofde.
door Johannes later van Christuswege eerst den eigenlijken niet
kwam
spraken met vreemde talen en profeteerden."
t.
w.,
schijndooTp, dien
juist ten bewijze
van onbevoegden hadden ont-
zij
van wat de Gereformeerden steeds
dat wie wezenlijk door Johannes den Dooper, in heen-
wijzing op den Christus gedoopt waren, noch door Paulus noch door eenig
ander apostel wierden overgedoopt.
Hiermee
is
echter nog het noodige licht niet op den
geworpen. Immers
Doop
van
Doop der Het
')
dit spreekt
Johannes
staat
Doop van Johannes
wel vanzelf, wie, zonder nader beding, den
eenvoudig
op
één
lijn
zou willen stellen met den
Christelijke kerk, zou gevaarlijk spel spelen,
van den Doop
niets
^)
en de ondermijning
in de hand werken.
toch
vast
door
Johannes' eigen verklaring, dat
zijn
Doop
was dan een doopen met water, en niet verzeld ging van de werking
Tegen de door ons gegevene uitlegging van Hand. 19
toch onze oude godgeleerden dit anders verstaan. Dit
is
:
1—8
ook
is
de opmerking gemaakt, dat
zoo. Niet Calvijn,
maar wel onze
van oordeel dat de woorden: „en sy die het hoorden werden gedoopt in den naam van den Heere Jezus", nog hooren bij hetgeen Paulus omtrent den Doop van Johannes verhaalt. Hij zou hen dan niet gedoopt, maar hun
latere theologen, en
ook onze Kantt. voegen
va. 5 bij vs. i,
en
zijn
eenvoudig de handen opgelegd hebben. Tegen deze uitlegging z(jn echter te groote en te ernstige bezwaren gerezen, die het inslaan van een anderen weg raadzaam maakten. Het Grieksche woordeke [(SV, waarop onze Kantt. zich steunden, is gebleken in de meest vertrouwbare hand-
komen. De Doop van Johannes heet nergens een geloofsdoop, maar altoos, ook in vs. i, Doop der bekeering. Het kan niet zijn, dat ze op bekeering door Johannes gedoopt waren, daar ze blijkbaar van den echten Doop van Johannes niets afwisten. En wat men, met beroep op 1 Cor. 1 U— 16 zegt, dat Paulus verklaart niemand dan Gajus en Crispus
schriften niet voor te gelijk
:
en Stefanas' gezin gedoopt te hebben, en dus deze 12 mannen niet kan hebben gedoopt, dit
is
dank God, dat ik niemand van ulieden gedoopt heb, dan Gajus en Crispus", wat natuurlijk zeggen wil: „Onder u, te Corinthe, doopte ik alleen die", maar zonder dat dit belet, dat Paulus ook elders doopte. Bovendien doet dit niets ter zake. Gesteld toch al, dat de 12 mannen te Efeze niet door Paulus persoonlyk gedoopt zijn, welnu, zoo heeft dan de Dienaar des Woords ze aldaar gedoopt en Paulus hun blijkbaar een vergissing. Er staat toch in 1 Cor. 1
alleen de
handen opgelegd.
:
14: „Ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's