E voto Dordraceno - pagina 222
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK V.
224
merkt ge dan ook aan
positie
zijn
ziet er niets in,
Geld
wachten.
om
hand, geld in de beurs
in de
Een verkwister
zijn gewetenloosheid.
den armen schuldeischer lang naar
hem
voor
is
Het uitgeven, het vertoonen, het verkwisten van het goed en
En
al.
houdt
Hij
slordig.
maanden
kwistenden
geen
liefst
nu
waardigheid.
vrouw
aard,
opspraak komt, en
met
strijd
geeft hij
krijgt,
zijn priesterlijke
in
God.
buiten
verkwister
ordinantiën binden
hem
en half lachend zet op
inzet
als
de
om
Hij
hij
zijn
mocht
zijn ver-
man
hij
nog eens
nog
orde.
Gods
en de machtige Mammonpriester,
toekomst en het
waar
naam
nog bijna nooit
Zoo rekent ook de
zijn.
zich niet aan pUcht
stoort
tafel,
is er
en speelt
zijn lippen,
allicht gunstig
niet. Hij is vrij
heilige
beneden
is
kinderen het noodige derven, of zijn
toekomst gevaar loopt, dan
hem
of de Fortuin
lot,
pas over
hij
dan straks tengevolge van
als
het één
geld krijgen
Dat rekenen en narekenen
al uit.
en
zijn
hem
de verkwister
is
Wat
boek, of slordig boek.
En
de hoofdzaak. is
zijn
Ook
zijn levensregel.
berouw, maar plooit zich een lach een
arme schuldeischer
zich bekrimpen opdat de
mocht, ware daarom in
geld te laten
zijn
op
lot
het
van vrouw en kinderen
van
lot
Mammon
wordt
uitgespeeld.
Gierigheid of verkwisting staan daarom beide even schuldig voor God.
Het
is
zonde
één zonde in twee vormen, en welken van die beide vormen deze
u
bij
zal
aannemen, hangt maar af van uw bloedmenging. En san-
guïnistisch persoon
is
de geboren verkwister, in den melanchohcus schuilt
de aanleg voor den vrek. Maar hoe ook verschillend, beiden gaan uit van
de
stelling,
om
dat inspanning recht op bezit geeft, niet onder de verphchting
dat bezit in Gods dienst te besteden, maar
van
streeling
eigen
egoïsme.
Beiden
om
het te misbruiken tot
den vollen zin des woords
zijn in
goddeloos.
Wie daarentegen de
helpen
maar naar Gods
wil,
met
zijn
goud en
omgaan, verstaat wat de Catechismus zegt: dat ge werken moet
geld zal
voor
niet goddeloos,
armen.
moge."
gedachte
hgt.
„Dat
ik
trouwelijk arbeide, opdat ik den nooddruftige
Een overschoone
Ge hebt u
uitspraak,
waarin een bijna verhevene
Maar
in te spannen.
als
ge u nu zóó hebt
ingespannen, dat ge voor uzelven en de uwen genoeg hebt, dan moet ge nog eens aan den arbeid, nog doorwerken,
om wat
over te verdienen, en dat
oververdienen moet ge doen,
om
den nooddruftige
Waar
die
deze
zijn
Gods
kinderen,
durfden inzien ? Er wordt, het Veler Zelfs
hand
is
mild
is
geworden.
zoo,
diepte
der
te
kunnen
bijstaan, o,
barmhartigheid reeds
onder Gods kindereu veel gegeven.
Dat was
in vroeger jaren veel minder.
nog een halve eeuw geleden was de hand lang zoo open
niet.
En
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's