E voto Dordraceno - pagina 344
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK VIII.
344
komen,
toe
Dit
dat
zijn
God
zijn
blijmoedig
aangrijpt.
ziel
dus het vierde stadium, als God de Heere nu ons menschelijk
is
bewustzijn
zoo
opengaat
dat
;
begint
het
ontfermingen
zijn.
bewerken,
te
het zien
wij
van
het
en,
deze heerlijke gunste van
zelf
hij
dankbaar aanneemt en met heel
gelooft,
van vreugde
er
;
nu
geloovende,
harte
ons oog voor
dat
Hiertoe nu doet de Heere tweeërlei.
de handen klappen
in
bij
zalig
in
genadewerk
zijn
ondoorgrondelijke
zijn
Uitwendig brengt Hij ons door de
Heilige Schrift de kennisse van wat Hij over ons besloot en voor ons deed
door
Woord
zijn
geloofsvermogen
en inicendig ontwikkelt Hij de geloofskiem of het
toe,
ons
dat
door
was
wedergeboorte
de
Twee
ingeplant.
goddelijke stralen, die ten leste in de kern onzer ziel als in een brandpunt
En dan gaan
saamvallen. en
zondaar, die nog steeds tot alle boosheid geneigd
doemwaardige
de
de schellen van de oogen, de nevelen scheuren
roept het jubelend en dankend uit
is,
:
God een
„Ik hen voor
rechtvaardige".
Niet: ik zal het worden of ik wierd het nu pas. Neen, maar hen het en ik zal het zijn eeuwiglijk.
ik
wat
van ten
ben
een
gansch
gelooft hij, dit belijdt
gelooft
God op
zijn
dat gelooft
want dan zou
in zich bevindt,
hij
„Ik
:
En
eeniglijk en alleen
hij,
woord
Neen,
omdat
dit
zegt
God het
zijn
en wel op een woord dat
;
ik «<-«s het,
niet op grond
omgekeerd belijden moe-
hij
man".
ongerechtig
hij,
hem
dit
hij,
zegt. Hij
uitwendig door
Heilige Schriftuur en inwendig door den Heiligen Geest gepredikt
de
han
Eigenlijk
gansch
zelven
af
vasthouden. vast
Hij
hij
hij
God
zijn
maar dan ook
om Gods
om
óf op
zijn eigen
te
toestand
wil zijn eigen toestand niet
grijpt het
vindt
is.
bevindt het in zich
hij
maar dan ook Gods Woord leugen
eere te geven,
nu kan
want
;
tusschen de keus staat,
laat zich zelven los, en
en in dat Woord van
;
gaan,
te
om Gods Woord
niets te rekenen,
voor
gelooven
niet
Maar nu
anders.
toestand
eigen
zijn
heeten, óf
het
hij
hij
Woord van
God
zijn
zich zelven als een recht-
vaardige weder. Dit
nu
is
de rechtvaardigmaking door het geloof. Niet die door het
geloof ontstaat. Niet die door het geloof eerst hegint
door
die
het
geloof eerst voltooid wordt, als ware ze nog gebrekkig,
Neen, uw rechtvaardigmaking lag geheel gereed buiten
uw
geloof aan toekwaamt. Al wat
en dus
in
Hierbij
den geloove aan echter
is
het
te
nu
wezenlijke rechtvaardigmaking
uw
werken. Ook niet
te
uw
u,
geloof er bij doet,
uw
geloof begint ze voor
gij
er
o.
met
ze [q gelooven
nemen. duidelijk, dat,
uw
geloof ook
hoe niets afdoende voor zij, bij
die
ii
te
bestaan en begint
uw
rechtvaardigmaking
geloof voor u zelven persoonlijk het alles afdoende
door
is
toen
gij er
is.
Immers
mede
te
eerst
rekenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's