E voto Dordraceno - pagina 26
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
20
ZOND.
ongelukkig en ellendig zou
II.
HOOFDSTUK
dan
zijn,
is
I.
ook dit weer misgesproken, want
ook de zake zelve, dat godzaligheid hooger adel verleent, zou, zoo er geen
God en geen wet Gods
Nu
echter
ware, niet gekend zijn noch bestaan.
de toestand niet alzoo,
is
De Heere leeft, en er van Hem, die alle ding
van
is
Hem
maar geheel omgekeerd. Wet. D. w.
uitgegaan een
er
z.
is
schiep, voor alle ding, dat Hij schiep, ook tevens
een levensbepaling uitgegaan. Hij
Heere, en omdat Hij aller dingen Schepper
is
dingen souverein
is
is,
Hij ook aller
en deze souvereiniteit des Heeren over alle ding
;
is
vol-
strekt en zonder perk.
kan
Niets gelijk
Hij
gelijk het zelf wil wezen,
zijn,
Zijn wil beslist en Gij
ding moet wezen,
alle
voor alle creatuur levenswet.
is
kunt dus niet geboren worden op uw manier, of met een lichaam
gelijk
dit
gij
Reeds daarin lang
maar
wil.
den
verlangd
liefst
hadt,
maar
u
eeniglijk gelijk Hij
een wilsbepaling voor u van den Eeuwige,
ligt
die
schiep.
u levens-
van uw lichaam en de nooden van uw lichamelijk aan-
eisch
bepaalt.
zijn
Ge kunt
niet optreden in een wereld, die zijn zal gelijk gij wilt,
maar
uw
God.
om u
ook in die wereld
Ge
vindt een natuur,
geprent.
haar
Ge
maar met de wetten door
vindt een dierenwereld,
gegeven.
'tzij
ten goede,
des
Heeren
met uw
ge overal op de wilsbepaling van
stuit
Hem
aan die natuur in-
menschen, maar met een stuur en gang,
Ge
vindt
'tzij
ten kwade gaande, in zijn ontwikkeling aan de
gebonden
Hem
maar met een levenswet door
En
ligt.
geest, altoos stuit ge
die,
Wet
in welk deel der wereld ge ook ingaat
weer op diezelfde
Wet
des Heeren.
Zijns
de wet, die ons denken beheerscht; Zijns de wet, die de tonenwereld
is
regeert; Zijns de wet, die de kleurenpracht regelt.
het
is,
bij
geval,
Kortom
niets
is,
wat
noch ook overgelaten aan de wet der menschen, maar
voor alle ding en alle creaturen ligt de levenswet in de zaak zelve, naar
oorsprong en wezen, gegeven door God.
Deze Wet des Heeren
in
haar vollen omvang en uitgestrektheid
band, die alle leven omsluit en omklemt, en
nu maakt, dat
geluk, dat er vreugde en zaligheid voor het creatuur bestaat,
dan,
wanneer
het
naar
die
Wet
des Heeren leeft en loopt.
het dat niet en loopt het tegen die mijdelijk
gevolg,
Wet
des Heeren
dat het creatuur zich tegen die
wringt en juist door die
De Wet van onzen
Wet
in,
Wet
dan
is
de
er zeer zeker
maar alleen Want doet is
het onver-
des Heeren stuk
ongelukkig wordt.
souvereinen
God
is
een levenswet, een wet, die
levend en gelukkig maakt, zoo ge loopt in haar spoor, maar ook een wet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's