E voto Dordraceno - pagina 110
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI. HOOFDSTUK
110
bonds
is
afval gekomen. Krachtens deze apostolische verklaring moet dus
tot
aangenomen, dat ook naar
Heere,
maar dat komt
Ongetwijfeld
thans afgehouwen en verworpen
zij
is
;
en dat
God de
Raad, thans nog wel eenlingen redt en afzonderlijke
zijnen
zielen zaligt,
van een organische kerk geen sprake meer kan
er
Darby de
aan
zijn.
eere toe, dat hij te dezen opzichte
dacht en verder zag dan de coryphaeën van den Reveil. Feitelijk
dieper
toch rekenden deze
mannen even
weinig met de kerk als Darby,
zich
zagen
niet tot op den grond door.
geen
het behoefte, het
om
kon
maar
ze
rekenschap van hun doen; ze waren geen denkers en
gaven
hoe
I.
als
Maar dat deed Darby
Hem
wel.
was
kind van den Reveil, er tot klaarheid over te komen,
saamgaan,
dat
er zoo stellig en
omstandig
de Heilige
in
Schrift van een kerk gehandeld wierd, en dat hij en zijn mede-Christenen
zich toch over geen kerk bekreunden, ja, er eer vijandig tegenover stonden.
En
deze
noodzakelijke
drang
gedachten
der
overtuiging, dat er wel een kerk des
dreef
hem
toen naar de
Nieuwen Verbonds geweest was, maar
sinds ivegzonk en afviel.^ en dat hetgeen zich
nu nog kerk noemde,
niets
van de eens echte kerk was dan een zondige caricatuur. In de dagen der Hervorming had zich hetzelfde verschijnsel voorgedaan.
Ook
toen stond de kerk aanvankelijk vijandig tegen de weeropwaking van
het
geestelijke
in
over en poogde dit te onderdrukken, en ook toen traden
de Wederdoopers mannen
zelfs
nu nog de Mennonieten
geen
kerk
weten
die feitelijk de kerk loochenden
op,
;
gelijk
of Doopsgezinden in beginsel eigenlijk van
Maar naast en tegenover hen stonden toen de
willen.
Hervormers, die evengoed
als
de Wederdoopers de diepe gezonkenheid der
kerk inzagen, en zelfs toegaven dat hetgeen zich als kerk nog aandiende „valsche kerk" was geworden; te geven, zich
opmaakten
kende de Reveil
niet.
De
om
maar haar
niettemin, in plaats van de kerk op
Maar dien drang juist
te reformeeren.
Reveil gaf de kerk op, zonder principieel tegen-
over haar positie te nemen, en plaatste naast en buiten de kerk zijn veelbezige
werkzaamheid,
om
zondaren
werken van barmhartigheid 1834,
die
te
tot
doen.
Jezus te roepen en in zijn
Het waren het
eerst de
naam
mannen van
ten onzent de onhoudbaarheid van dit standpunt inzagen, en
half tastend half zoekend den strijd weer op kerkelijk terrein overbrachten,
zonder nog aanstonds met bewustheid het beginsel van Reformatie uit de 16^^ eeuw op te nemen. die
hen
Dank
zij
hun veerkracht
is
toen ook in kringen,
bestreden, het kerkelijk leven weer opgewaakt. Zoo
is
tweeërlei
beweging, die van den Reveil en die van de Reformatie, tegenover elkaar
komen
te
staan, en wierd onder
's
Heeren wonderbare leiding de eens zoo
verachte kerk, waar Gods vroomste kinderen in hun overgeestelijkheid zich nauwlijks meer
om
bekreunden, weer voorwerp van
allerlei belangstelling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's