E voto Dordraceno - pagina 430
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XL VI.
ZOND.
432 Die
gemoedsstemming
kinderlijke
kent
Hij
gemoedsstemming
is
II.
nu voor Jezus het uitgangspunt;
uit het leven
van het kindeke; want ge
met wat opmerkzaamheid Jezus
telkens het leven van het
die
merkt wel
HOOFDSTUK
gadegeslagen.
kindeke
heeft
zulk een
stemming
aangelegd
is
weet dus dat ons menschelijk hart op
Hij
dat deze
;
stemming
onder normale omstandigheden, elk kind op
dat,
Maar Jezus weet meer.
doorleeft.
opkomt, omdat het
in
;
stemming
in het kind
geboorte uit dien vader, en door de betrekking
zijn
God tusschen vader en
die
God de Heere
Hij weet dat
stemming
Hij weet, dat de
kan en
in ons zijn
zijn tijd die
kind in het leven riep, hierop
is
aangelegd.
in die betrekking tusschen vader en kind op
aarde een afschaduwing, een beeld gaf van de betrekking, waarin Hij zelf tot
menschenkinderen
zijn
wil
staan.
En
hij
weet dus ook, dat in ons
menschelijk hart de gegevens zijn ingeschapen,
God
onzen intieme
maar de zonde
God
Denkt ge u
voor
leven
menschenkind vanzelf
elk
Er zou ontzag en tevens
meer
De
Afhankelijk
die zonde weg,
en
onkinderlijk,
zijn
God
dan zou
verschijnen.
die kinderlijke vreeze
bij
in ons hart leven.
veelszins
is
Maar thans
dit niet
is
bangheid geworden.
is
ons tegen geworden. Onafhankelijk te wezen schijnt
te zijn is
En daarom woelt er op den bodem van het onbekeerde neiging om van God los te komen, en zich aan die
een
veeleer
kinderlijk,
stemming voor
in die
heeft ons dit schoone,
gemoedsstemming voor
maar
vreeze,
vreeze
ons hooger glorie. hart
verwoest. in die
toevoorzicht
kinderlijk zoo.
om
te verschijnen. Alleen
nu
afhankelijkheid te onttrekken. Blijkt
telkens, dat dit niet lukt, dat
God
ons toch in zijn macht heeft, en ons ten laatste, hoe we ook geleefd hebben,
onzen
dood
wel vindt, dan blyft de vreeze wel, ja die vreeze wordt
bangheid,
maar
al
in
wel
toevoorzicht,
het kinderlijke gaat er uit weg.
maar een
dan nog wel ingeroepen
wordt
aangeroepen
en
aangebeden
Zoo
sluipt zelfs in ons
het
alles
gebed
God wijze toe.
waar
toevoorzicht,
verdorven.
tot ons,
te
als
waar de
met de bewonderende
gebed de zelfzucht vernielend
En daarom nu komt
en zegt ons
:
Als
Het wij
vergunning.
is
Hij
uit
wég
is.
blijft
God
gij
liefde in,
van het kind.
en de zonde heeft
Jezus in het allervolmaakste
bidden gaat, begint dan met zijt."
tot
Dit zegt Jezus
uw bij
staat het ons toe. Hij geeft er ons vrijheid
een geestelijk verlof, dat we van
uit onszelven dit niet
we het doen mogen^ en
zoo ook, er
Helper in den nood, maar niet meer
zeggen: „Onze Vader, die in de hemelen
van
En
liefde
hem
ontvangen. Ja, waarlijk,
zouden durven doen, zegt Jezus ons dat
rijker in ons
gebed zullen
zijn,
indien wij zijn raad
en voorschrift volgen.
Geheel ten onrechte
is
daarom beweerd, dat het Onze Vader een gebed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's