E voto Dordraceno - pagina 27
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XXXViri. HOOFDSTUK IV.
ZOND. baring
het
als
eerst,
der heerlijkheid zal ingaan, en de archangel
rijk
zal uitroepen, dat het al geschied
en
eeuwiglijk
daarom
wat
schitteren bleef
juist
nog
er
komen moest omdat de
29
is.
Dan
Kanaiin nog slechts verbeeld was.
in
een
zijn ruste in
zonde
God een
Adam
zou
Voor
ons,
eerst
in,
de
als
zoodra
zijn,
drijver
ophouden,
zal
Doch dat
nog
op
nog alleen negatief de ruste
is
anders
niets
Daarom moet
uitloopen.
hem
dan
vati zonde,
de ruste van
Maar zonder meer zou
op een niets doen en op
En
stille
niet is een niets doen,
niets doen zijn,
maar een in
genieten,
Sabbath
zijn, als alles
neemt.
Toen
hebben
ze
onze
iets positiefs,
zich steeds inniger verdiepen
van Gods volk geen
stilzitten
en geen
steeds inniger zich verdiepen, en daardoor steeds
gereed
vaderen
is,
nu
heeft. Dit
zal
de eeuwige
en alsnu de eeuwige genieting een aanvang
zich
het eerst in ons land wilden vestigen,
bodem
vaderlandschen
den
eerst
maar een
wat God volbracht
al
ledigheid
overmits nu, gelijk we straks zagen, die
in zijn werk, zoo zal ook die ruste
rijker
zijn
het rusten van onze zonde, onze ijdele werken
een rusten in de ruste Gods.
Gods
toeviel.
zonde zullen
en onze ellende, terstond vervuld worden door een rusten in
ruste
Buiten
gaat die ruste dan
alle
onze ijdele werken, en de ruste van onze ellende. dit
iets.
rusten kon van
hij
zijn,
we
als
deels voor
en de ellende des levens zal ophouden ons te drijven en te
afgestorven, jagen.
gekomen
zonden ontvangen en geboren
die in
nu
en het loon des eeuwigen levens
werken,
verdienende
zijn
is
rusten van iets en deels een ruste in
tot die ruste
En
over die
gaan nog slechts
te
symbolisch, en nog niet werkelijk vervuld was. Dit rusten
het volk van
God
voor het volk van
ruste
van in
belofte
eerst zal in volle werkelijkheid
uit
dras en wier moeten
ophalen, moeten indijken, moeten droogleggen, en als het ware zich dien
bodem moeten scheppen. En
vaderlandschen
gingen
afgeloopen,
werkeloos
op
ze
in
hun
dien verkregen
er uit te leven, en er
van
nationale
bodem
ruste
Of
in.
Edoch
maar om
te staan,
te genieten.
toen dat werk was
eerst
wilt ge een
niet
om nu
er op te wonen,
ander beeld, welnu,
de
Schrift vergelijkt die eeuwige ruste niet zelden bij een gastmaal; en
ook
bij
een gastmaal
en gearbeid,
houd
die
handen
in
om
alles
is
het immers zoo, dat er eerst voor moet gesloofd
gereed te
maken
vermoeienis ook op, niet
den
schoot,
;
maar
om nu
bij
zich neer te zetten,
en te genieten, wat in dat gastmaal geboden
Is
dat
is
het eenmaal gereed, dan
het gereede maal,
maar om nu aan
met de
te zitten,
is.
nu de eeuwige Sabbath, waartoe „Hij
die altoos werkt tot
nu
toe" al zijn uitverkorenen roept en waartoe Hij ze eens geleiden zal, dan blijft
nu nog de
laatste vraag ter toelichting over
;
deze namelijk, hoe wij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's