E voto Dordraceno - pagina 60
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
ZOND. XIX. HOOFDSTUK V.
60
hand rukken." Ook daarom
ons geloof, ook al
al slaapt
gehokvermogen
ontviel ons toch het
harten niet
het tijdelijk werkeloos,
is
in de verborgen diepte des
wierd toch de levensband aan den Middelaar niet afgesneden
;
en wierd het zaad der wedergeboorte niet uit ons weggenomen.
Het
toch
is
hangen
hand; met
in zijn
om
belet hij ons
Zijns
dat onze saamhoorigheid
alzoo,
aan de geloofswerking waarmee
zou
houdt ons
hij
niet
hem
van
zijn
wij
aan
hand omklemt
hij
met den Middelaar
hem
kleven; neen,
ons
(^oor zijn
scheiden.
te
schapen
zijn
en morgen weer
zijn,
op den eenen dag van heden het eene uur wel, het andere
hangt het niet af van ons
omklemt en houdt
duivel ons ooit weer van
we
dan
al
om
hem
En nu niet
hand
zijn,
ons, dat
De vraag
en waar dit
feit
is
plaats
geen macht van hel of
zou kunnen losrukken.
door de uitkomst van dien
strijd te laten
beslissen, of
maar om door dien
oefenen, ons geloof te beproeven, de wereld te overwinnen,
te
en eere en heerlijkheid voor
meenens
zijn
niet.
zijn ontferming.
voor eeuwig de zijnen zullen zijn;
niet
ons
strijd
maar van
En zelfs En daarom
niet.
ons desniettemin ook zelven strijden laat, heeft dus volstrekt
hij
ten doel,
niet
geloof,
we door den Vader hem gegeven
of
greep, daar
Dat
hand
de werking, niet onzer. Hing het aan onze werking, dan zouden
is
we den éénen dag wel
maar
;
naam
zijn
te
verwerven.
zegge niemand, dat, waar het zoo staat, Gods kind dan ook nooit strijden
kan
;
dat
hij
immers vooruit
neer kan vellen; en dat, of
te
strijdt of niet strijdt, zijn
hem
toch
deel toch
Want
wie zoo spreekt, blijkt zelf nog geen begin van
hebben,
en daarom den aard en de werking van het
vastligt voor eeuwig.
geloofservaring
hij
weet, dat Satan
geloof niet te verstaan.
Wat
toch
Het
is
is
zoo,
het geval?
Jezus heeft het gezegd: „Niemand kan ze uit mijn hand
rukken", en de oogenblikken dat we aan die belofte metterdaad met onze geheele
bedenk gelooft.
dat
er
ziel
wel,
kleven, ja,
dan
biedt ze ons een volzalige vertroosting.
dien troost put ge er alleen uit in de oogenblikken dat ge
De andere oogenblikken wel,
maar voor u
niet.
Dan
wel
omklemt.
leest
ge dat wel, en dan staat
het onzeker of het wel voor u geldt, of gij
is
wel een dier gegevenen van den Vader
Middelaar
De
zijt,
en of ook u de hand van den
oogenblikken dat het geloof niet door den
Heiligen Geest in u werkt, gelooft ge ook dat woord zijn
toepassing op
Komt
Maar
uw
eigen
niet,
althans niet in
ziel.
daarentegen de geloofs werking niet in historischen
geestelijke kracht, welnu,
dan klemt dat woord zich aan uw
zin, ziel
maar
in
en dringt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's